Vertaling van self- van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

self-

': zelf-, eigen-, van zichzelf
Transcriptie: [self]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. zelf (own)
  2. self m (independent)
  3. zelfstandig (independent)
  4. zelfontplooiing f (self development)
  5. zelfbeheersing f (self control)
  6. zelfkennis f (self knowledge)
  7. zelfvertrouwen n (self confidence)
  8. zelfhulp f (self help)
  9. ego n (ego)
  10. wezen n (being)

prefix

  1. zelf-
  2. eigen-
  3. van zichzelf