Vertaling van self-esteem van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
self-esteem
Woordenboekartikel
noun
- eigenwaarde f
- zelfbeeld n
- zelfachting f
- zelfwaardering f
- zelfrespect
- gevoel van eigenwaarde
Voorbeelden
hoge of positieve zelfwaardering
self-esteem
— een hoog zelfbeeldhigh self-esteem
— een hoog zelfbeeldhealthy self-esteem
— een gezond zelfbeeldgenuine self-esteem
— echt zelfrespectconfident self-esteem
— zelfverzekerd zelfbeeldlage of problematische zelfwaardering
low self-esteem
— een laag zelfbeeldpoor self-esteem
— een laag zelfbeeld; zwak zelfbeeldfragile self-esteem
— kwetsbaar zelfbeelddiminished self-esteem
— verminderd zelfbeeldchronic low self-esteem
— chronisch laag zelfbeeldversterken of verbeteren van zelfwaardering
self-esteem boost
— zelfvertrouwenboost; toename van zelfvertrouwenself-esteem building
— opbouwen van zelfvertrouwen; vormen van zelfbeeldself-esteem enhancement
— verbetering van zelfbeeld; vergroten van zelfvertrouwento improve self-esteem
— het zelfbeeld verbeteren; het zelfvertrouwen vergrotenself-esteem exercises
— oefeningen voor zelfvertrouwen; praktijken om het zelfbeeld te versterkenpsychologische hulp of beoordeling van zelfwaardering
self-esteem issues
— problemen met zelfbeeld; kwesties rond zelfwaarderingself-esteem assessment
— beoordeling van zelfbeeld; meten van zelfwaarderingself-esteem therapy
— therapie voor zelfbeeld; werken aan zelfvertrouwenself-esteem scale
— zelfbeeld-schaalself-esteem questionnaire
— zelfbeeld-vragenlijst; vragenlijst voor zelfwaarderingzelfwaardering in relaties of sociale context
self-esteem in relationships
— zelfbeeld in relatiessocial self-esteem
— sociaal zelfbeeldpeer-related self-esteem
— zelfbeeld onder leeftijdsgenoten; zelfbeeld in omgang met leeftijdsgenotenrelationship self-esteem
— zelfbeeld in romantische relaties; zelfbeeld in intieme relatiespublic self-esteem
— publiek zelfbeeld; zelfbeeld in publieke situatieszelfwaardering op het werk of in studie
self-esteem at work
— zelfbeeld op het werk; professioneel zelfbeeldacademic self-esteem
— academisch zelfbeeld; zelfbeeld in de studiejob-related self-esteem
— werkgerelateerd zelfbeeld; professioneel zelfbeeldperformance-related self-esteem
— prestatiegerelateerd zelfbeeld; zelfbeeld in de context van prestatiesvervormde of defensieve zelfwaardering
inflated self-esteem
— opgeblazen zelfbeelddefensive self-esteem
— defensief zelfbeeld; beschermend zelfbeeldnarcissistic self-esteem
— narcistisch zelfbeeldfragile high self-esteem
— kwetsbaar hoog zelfbeeld; fragiel hoog zelfbeeldverlies of herstel van zelfwaardering
loss of self-esteem
— verlies van zelfbeeld; afname van zelfvertrouwenself-esteem recovery
— herstel van zelfbeeld; terugkeer van zelfvertrouwenself-esteem damage
— beschadiging van zelfbeeld; ondermijnen van zelfbeeldrebuilding self-esteem
— herstellen van zelfbeeld; opnieuw opbouwen van zelfvertrouwen