Vertaling van self-esteem van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

self-esteem

': zelfrespect, gevoel van eigenwaarde
Transcriptie: [self ɪsˈtiːm]

Woordenboekartikel

noun

  1. eigenwaarde f
  2. zelfbeeld n
  3. zelfachting f
  4. zelfwaardering f
  5. zelfrespect
  6. gevoel van eigenwaarde

Voorbeelden

hoge of positieve zelfwaardering


self-esteem

— een hoog zelfbeeld

high self-esteem

— een hoog zelfbeeld

healthy self-esteem

— een gezond zelfbeeld

genuine self-esteem

— echt zelfrespect

confident self-esteem

— zelfverzekerd zelfbeeld

lage of problematische zelfwaardering


low self-esteem

— een laag zelfbeeld

poor self-esteem

— een laag zelfbeeld; zwak zelfbeeld

fragile self-esteem

— kwetsbaar zelfbeeld

diminished self-esteem

— verminderd zelfbeeld

chronic low self-esteem

— chronisch laag zelfbeeld

versterken of verbeteren van zelfwaardering


self-esteem boost

— zelfvertrouwenboost; toename van zelfvertrouwen

self-esteem building

— opbouwen van zelfvertrouwen; vormen van zelfbeeld

self-esteem enhancement

— verbetering van zelfbeeld; vergroten van zelfvertrouwen

to improve self-esteem

— het zelfbeeld verbeteren; het zelfvertrouwen vergroten

self-esteem exercises

— oefeningen voor zelfvertrouwen; praktijken om het zelfbeeld te versterken

psychologische hulp of beoordeling van zelfwaardering


self-esteem issues

— problemen met zelfbeeld; kwesties rond zelfwaardering

self-esteem assessment

— beoordeling van zelfbeeld; meten van zelfwaardering

self-esteem therapy

— therapie voor zelfbeeld; werken aan zelfvertrouwen

self-esteem scale

— zelfbeeld-schaal

self-esteem questionnaire

— zelfbeeld-vragenlijst; vragenlijst voor zelfwaardering

zelfwaardering in relaties of sociale context


self-esteem in relationships

— zelfbeeld in relaties

social self-esteem

— sociaal zelfbeeld

peer-related self-esteem

— zelfbeeld onder leeftijdsgenoten; zelfbeeld in omgang met leeftijdsgenoten

relationship self-esteem

— zelfbeeld in romantische relaties; zelfbeeld in intieme relaties

public self-esteem

— publiek zelfbeeld; zelfbeeld in publieke situaties

zelfwaardering op het werk of in studie


self-esteem at work

— zelfbeeld op het werk; professioneel zelfbeeld

academic self-esteem

— academisch zelfbeeld; zelfbeeld in de studie

job-related self-esteem

— werkgerelateerd zelfbeeld; professioneel zelfbeeld

performance-related self-esteem

— prestatiegerelateerd zelfbeeld; zelfbeeld in de context van prestaties

vervormde of defensieve zelfwaardering


inflated self-esteem

— opgeblazen zelfbeeld

defensive self-esteem

— defensief zelfbeeld; beschermend zelfbeeld

narcissistic self-esteem

— narcistisch zelfbeeld

fragile high self-esteem

— kwetsbaar hoog zelfbeeld; fragiel hoog zelfbeeld

verlies of herstel van zelfwaardering


loss of self-esteem

— verlies van zelfbeeld; afname van zelfvertrouwen

self-esteem recovery

— herstel van zelfbeeld; terugkeer van zelfvertrouwen

self-esteem damage

— beschadiging van zelfbeeld; ondermijnen van zelfbeeld

rebuilding self-esteem

— herstellen van zelfbeeld; opnieuw opbouwen van zelfvertrouwen