Vertaling van seminar van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

seminar

': congres, cursus, seminarium, studiegroep, groep studenten
Transcriptie: [ˈsemɪnɑː]

Woordenboekartikel

noun

  1. seminar n (workshop)
  2. workshop m
  3. seminarie n (seminary)
  4. congres
  5. cursus
  6. seminarium
  7. studiegroep
  8. groep studenten

Voorbeelden

Type seminar of formaat


seminar series

— seminarreeks; cyclus van seminars

online seminar

— online seminar; internetseminar

research seminar

— onderzoeksseminar; wetenschappelijk seminar

postgraduate seminar

— seminar voor promovendi; seminar voor postacademisch onderwijs

introductory seminar

— inleidend seminar; oriëntatieseminar

advanced seminar

— gevorderd seminar; seminar voor gevorderden

one-day seminar

— eendaags seminar

intensive seminar

— intensief seminar; seminar in intensieve vorm

lunchtime seminar

— lunchpauzeseminar; seminar tijdens de lunch

Plaats, apparatuur of ruimte


seminar room

— seminarieruimte; collegezaal voor seminars

seminar hall

— seminairzaal; conferentiezaal

seminar centre

— seminaircentrum; centrum voor seminars

online seminar platform

— platform voor online seminars; platform voor webseminars

Rollen, deelnemers of organisatoren


seminar leader

— seminairleider; begeleider van het seminar

seminar participant

— seminairdeelnemer; toehoorder van het seminar

seminar attendee

— seminairbezoeker; aanwezige bij het seminar

seminar organizer

— seminairorganisator; organisator van het seminar

seminar presenter

— presentator op het seminar; spreker op het seminar

guest seminar speaker

— gastspreker op het seminar; uitgenodigde spreker van het seminar

Acties, deelname of interactie


attend a seminar

— een seminar bijwonen; aanwezig zijn bij een seminar

give a seminar

— een seminar geven; een seminar verzorgen

hold a seminar

— een seminar houden; een seminar organiseren

register for a seminar

— zich inschrijven voor een seminar; zich aanmelden voor een seminar

sign up for a seminar

— zich opgeven voor een seminar; zich aanmelden voor een seminar

cancel a seminar

— een seminar afgelasten; een seminar annuleren

Organisatie, programma of vorm


schedule a seminar

— een seminar plannen; een seminar inroosteren

seminar timetable

— seminairrooster; programma van seminars

seminar session

— seminairzitting; onderdeel van het seminar

seminar format

— seminairvorm; vorm van het seminar

Materialen, inhoud of doelstellingen


seminar materials

— seminairmateriaal; hand-outs van het seminar

seminar topic

— seminaironderwerp; thema van het seminar

seminar discussion

— seminairdiscussie; discussie tijdens het seminar

seminar paper

— seminairpaper; referaat voor het seminar