Vertaling van shop van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

shop

': winkel, winkelen, zaak, werkplaats, kantoor
Transcriptie: [ʃɒp]

Woordenboekartikel

noun

  1. winkel m (stores, shopping, department stores)
  2. werkplaats f (workshop)
  3. shop f
  4. warenhuis n
  5. workshop m
  6. etalage f (storefront)
  7. atelier n (atelier)
  8. koop (buy)
  9. aanschaf m (buy)
  10. zaak

verb

  1. winkelen (buy)
  2. shoppen (shopping)
  3. verklikken
  4. laten inrekenen
  5. in de doos stoppen

Voorbeelden

winkel, winkelruimte


shop

— winkel; werkplaats

bookshop

— boekwinkel

coffee shop

— koffiehuis; café

shoe shop

— schoenenwinkel

grocery shop

— levensmiddelenwinkel

hardware shop

— ijzerwarenwinkel

corner shop

— buurtwinkel; kiosk

second-hand shop

— tweedehands winkel; kringloopwinkel

winkelen; aankopen doen


to shop

— winkelen

shop for

— kopen; uitzoeken

shop for groceries

— boodschappen doen

shop around

— prijzen vergelijken; rondkijken

go to the shop

— naar de winkel gaan

window-shop

— etalages kijken; winkelen zonder te kopen

beroepen, functies of rollen


shop assistant

— winkelbediende; verkoopmedewerker

shop owner

— winkeleigenaar

shop manager

— winkelmanager

diensten, werkplaatsen of technische termen


repair shop

— reparatiewerkplaats; garage

car repair shop

— autowerkplaats; autoreparatiebedrijf

auto shop

— autogarage; automonteur

workshop

— werkplaats; workshop

paint shop

— spuiterij; lakwerkplaats

idioom, spreektaal


shop talk

— werkpraat; vakjargon

shop floor

— verkoopvloer; fabriekshal

shop window

— etalage

shop till you drop

— winkelen tot je erbij neervalt