Vertaling van shopping van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

shopping

': het winkelen, inkopen
Transcriptie: [ˈʃɒpɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. winkelcentrum n (mall, shopping area, shopping experience)
  2. shopping m
  3. winkelgebied n
  4. winkelervaring f
  5. winkel m (stores, shop)
  6. shop f
  7. winkelstraat f (shopping street)
  8. winkelen (buy)
  9. shoppen (shop)
  10. Trade n (trading)

Voorbeelden

winkelcentra of -gebieden


shopping mall

— winkelcentrum

shopping center

— winkelcentrum

shopping district

— wijk met winkels; winkelgebied

shopping arcade

— winkelgalerij

shopping street

— winkelstraat

shopping outlet

— outlet; fabriekswinkel

winkelen of boodschappen doen


go shopping

— gaan winkelen; boodschappen doen

do the shopping

— boodschappen doen

window shopping

— etalages kijken; winkelen zonder te kopen

grocery shopping

— boodschappen doen; levensmiddelen kopen

online shopping

— online winkelen; via internet kopen

in-store shopping

— in de winkel kopen; aankopen in de winkel

mobile shopping

— mobiel winkelen; kopen via de mobiele telefoon

soort of karakter van aankopen


shopping spree

— koopjesmarathon; periode van veel aankopen

bargain shopping

— jagen op kortingen; voordelig kopen

impulse shopping

— impulsaankopen; kopen uit een opwelling

comparison shopping

— prijzen vergelijken; zoeken naar de beste deal

bulk shopping

— in bulk kopen; grote hoeveelheden aanschaffen

tassen, manden of karren


shopping bag

— boodschappentas; boodschappenzak

shopping basket

— boodschappenmand

shopping cart

— boodschappenkar; winkelwagen

planning, lijst of budget


shopping list

— boodschappenlijst

shopping budget

— budget voor boodschappen; winkelbudget

shopping voucher

— aankoopbon; cadeaubon

online diensten of hulpmiddelen


shopping app

— winkelapp; app om mee te winkelen

shopping website

— winkelwebsite; webwinkel

virtual shopping

— virtueel winkelen; kopen in virtual reality

doel of voorwerp van aankopen


shopping for clothes

— kleding kopen; kleding uitkiezen

shopping for groceries

— boodschappen doen; levensmiddelen inkopen

shopping for gifts

— cadeaus kopen; geschenken uitzoeken