Vertaling van shutdown van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

shutdown

': stopzetting, stillegging
Transcriptie: [ˈʃʌtdaʊn]

Woordenboekartikel

noun

  1. afsluiten n (closure)
  2. shutdown m
  3. uitschakeling f (disconnection)
  4. sluiting f (closure)
  5. afsluiting f
  6. shut m
  7. uitschakelen (turn off)
  8. schakelen
  9. afgesloten (shut down)
  10. sluiten (closing)

Voorbeelden

sluiting, stopzetting van activiteiten


shutdown

— sluiting; stopzetting van werkzaamheden

planned shutdown

— geplande sluiting; geplande stopzetting

unplanned shutdown

— ongeplande sluiting; ongeplande stopzetting

temporary shutdown

— tijdelijke sluiting; tijdelijke stopzetting

permanent shutdown

— permanente sluiting; definitieve stopzetting van werkzaamheden

partial shutdown

— gedeeltelijke sluiting; gedeeltelijke stopzetting

complete shutdown

— volledige sluiting; volledige stopzetting

shutdown of operations

— stopzetting van activiteiten; stopzetting van werkzaamheden

uitschakeling van stroom, apparatuur of systeem


power shutdown

— stroomuitval; onderbreking van de stroomvoorziening

planned power shutdown

— geplande stroomuitval; geplande stroomonderbreking

emergency power shutdown

— noodstroomuitschakeling; noodstroomonderbreking

system shutdown

— systeemuitschakeling; afsluiten van het systeem

server shutdown

— serverstop; serveruitschakeling

shutdown switch

— noodschakelaar; noodstopknop

shutdown button

— uitschakelknop; noodknop

regeringsstop; stillegging van de overheid


government shutdown

— gedeeltelijke regeringsstop; gedeeltelijke stillegging van overheidsdiensten

partial government shutdown

— subsidie voor regeringsstop; financiering van de stillegging van de overheid

government shutdown funding

— noodstop; nooduitschakeling

veiligheidsuitschakeling; noodstop voor de veiligheid


emergency shutdown

— automatische uitschakeling; automatische stop

safety shutdown

— handmatige uitschakeling; handmatige stop

automatic shutdown

— gedwongen uitschakeling; gedwongen stop

manual shutdown

— correcte afsluiting; nette afsluiting

forced shutdown

— computerprogramma's, opdrachten en procedures

graceful shutdown

— afsluitopdracht; opdracht tot uitschakeling van het systeem

afsluitscript; script voor het uitschakelen


shutdown command

— afsluitvolgorde; volgorde van uitschakeling

shutdown script

— afsluithook; haak voor afsluiting

shutdown sequence

— afsluitmodus; uitschakelmodus

shutdown hook

— zachte afsluiting; nette afsluiting

shutdown mode

— harde uitschakeling; noodgedwongen uitschakeling

soft shutdown

— afstandsbediening voor uitschakeling; externe afsluiting

hard shutdown

— afsluitlogboek; logboek van afsluitingen

remote shutdown

— bedrijfsmatige, productie- en dienstgerelateerde zaken

shutdown log

— stopzetting van de productie; stillegging van productieactiviteiten

tijdelijke onderbreking van diensten; tijdelijke stopzetting van de dienstverlening


shutdown of production

— aankondiging van sluiting; bericht van stopzetting

temporary shutdown of services

— besluit tot sluiting; beslissing tot stopzetting van activiteiten

shutdown announcement

— aankondiging van stopzetting; bericht van stillegging

shutdown decision

— besluit tot stopzetting; besluit tot stillegging