Vertaling van sink van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

sink

': wastafel, zinken, gootsteen, dalen, zakken
Transcriptie: [sɪŋk]

Woordenboekartikel

noun

  1. wastafel f (washbasin, basin, kitchen sink)
  2. gootsteen m
  3. wasbak m
  4. sink m
  5. aanrecht n (kitchen sink)
  6. riool
  7. zinkput
  8. afwasbakje

verb (sank/sunk, sunk/sunken)

  1. zinken
  2. zakken
  3. dalen (drop)
  4. doordringen
  5. ondergaan
  6. vernietigen
  7. vallen
  8. laten zakken
  9. doen zinken
  10. tot zinken brengen

Voorbeelden

zelfstandig naamwoord, voorwerp


kitchen sink

— keukengootsteen

bathroom sink

— wastafel in de badkamer

heat sink

— koelplaat

sinkhole

— zinkgat

sink drain

— afvoer van de gootsteen

werkwoord, letterlijk, dalen of zinken


sink into the sea

— in zee zinken

sink to the bottom

— naar de bodem zinken

sink under the weight

— doorzakken onder het gewicht

sink a ship

— een schip laten zinken

werkwoord, figuurlijk, vervallen of verslechteren


sink into debt

— in de schulden raken

sink into despair

— in wanhoop vervallen

sink someone's chances

— iemands kansen verpesten

sink into obscurity

— in de vergetelheid raken

samenstellingen en vaste uitdrukkingen


sink in

— doordringen

let it sink in

— laat het bezinken

sink down

— neerzakken

sink into sleep

— in slaap vallen

sink one's teeth into

— zich ergens met enthousiasme in vastbijten

sink or swim

— zinken of zwemmen

idiomen, informele uitdrukkingen


everything but the kitchen sink

— alles behalve de keukengootsteen