Vertaling van sleep van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

sleep

': slapen, slaap, inslapen, rusten, sluimeren
Transcriptie: [sliːp]

Woordenboekartikel

verb (slept, slept)

  1. slapen (slumber, NAP)
  2. slaapt
  3. sliepen
  4. overnachten (night)
  5. rusten
  6. sluimeren
  7. maffen

noun

  1. slaap m (slumber)
  2. inslapen (falling asleep)
  3. nachtrust m
  4. slaapstand m (hibernation)

Voorbeelden

slapen


to sleep

— slapen

fall asleep

— inslapen

go to sleep

— gaan slapen

get some sleep

— wat slaap pakken

have a good night's sleep

— goed slapen

slaap


deep sleep

— diepe slaap

light sleep

— lichte slaap

sound sleep

— vaste slaap

rem sleep

— rem-slaap

beauty sleep

— schoonheidsslaapje

dutje


take a nap

— een dutje doen

cat nap

— kattenuurtje

power nap

— powernap

catch some sleep

— wat slaap inhalen

get some shut-eye

— wat ogen dichtdoen

get forty winks

— een uiltje knappen

slaapproblemen


sleep deprivation

— slaaptekort

lack of sleep

— gebrek aan slaap

sleep apnea

— slaapapneu

sleepwalking

— slaapwandelen

insufficient sleep

— onvoldoende slaap

slaapuitdrukkingen


sleep in

— uitslapen

sleep on it

— erover slapen

sleep through

— doorslapen

sleep like a log

— slapen als een roos

sleep with one eye open

— met één oog open slapen

sleep tight

— welterusten

catch some z's

— een dutje doen