Vertaling van sleeping van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

sleeping

': slapen, inslapen, rusten, sluimeren, maffen
Transcriptie: [ˈsliːpɪŋ]

Woordenboekartikel

adjective

  1. slaapgedeelte n (asleep, sleeping area)
  2. slaapkamer f
  3. slaap m
  4. slaaphoek m
  5. slaapstand m (asleep)
  6. nachtrust m

noun

  1. slapen (asleep)
  2. slaapt

verb

  1. inslapen
  2. rusten
  3. sluimeren
  4. maffen

Voorbeelden

slapen


sleeping bag

— slaapzak

sleeping car

— slaapwagen

sleeping compartment

— slaapcoupé

sleeping quarters

— slaapvertrekken

slapend


sleeping child

— slapend kind

sleeping passenger

— slapende passagier

sleeping dog

— slapende hond

sleeping figure

— slapende figuur

nacht


sleeping hours

— nachtelijke uren

sleeping shift

— nachtdienst

sleeping city

— nachtelijke stad

sleeping streets

— nachtelijke straten

slaap


sleeping pill

— slaappil

sleeping sickness

— slaapziekte

sleeping disorder

— slaapstoornis

sleeping pattern

— slaappatroon