Vertaling van sluice van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

sluice

': sluis, spuien, uitstromen, overlaat, afvoerbuis
Transcriptie: [sluːs]

Woordenboekartikel

noun

  1. sluisdeur m (lock)
  2. sluis
  3. overlaat
  4. afvoerbuis
  5. inlaatsluis
  6. sluiswater

verb

  1. spuien
  2. uitstromen
  3. laten uitstromen
  4. neerstromen
  5. in stromen neerkomen
  6. laten aflopen
  7. afspoelen
  8. doorspoelen

Voorbeelden

waterbouwwerken of sluizen


sluice gate

— schuifafsluiter; spuisluis; sluisdeur

sluice channel

— spuikanaal; sluiskanaal; overlaat

sluiceway

— spuisluis; watergang; sluisdoorgang

sluice chamber

— sluiskamer; spuikamer

mijnbouw of goudwassen


sluice box

— goudwasbak; sluisbak; wasbak voor goud

sluice mining

— goudwassen; wasmethode

sluice riffles

— riffels van de wasbak; schotten in de wasbak om goud tegen te houden

sluice pipe

— wasbuis; spoelbuis

handeling, afspoelen of uitspoelen


sluice with water

— met water uitspoelen; bespoelen

sluice off

— afspoelen; wegspoelen met een waterstroom

sluice something away

— wegspoelen; wegvoeren met een waterstroom

figuurlijk: stroom of stromende beweging


a sluice of water

— een waterstroom; een krachtige waterstraal

a sluice of words

— een woordenvloed; een stortvloed van woorden

to be sluiced

— weggespoeld worden; uitgespoeld worden

technische onderdelen of bediening


sluice valve

— schuifafsluiter; afsluiter; afsluitkraan

sluice control

— sluisbediening; regeling van de spuisluis

sluice gate operator

— aandrijving van de schuifafsluiter; sluisbedienaar