Vertaling van smash van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

smash

': breken, verpletteren, vernietigen, slag, intrappen
Transcriptie: [smæʃ]

Woordenboekartikel

noun

  1. Smash m
  2. kapot (break)
  3. slag
  4. botsing
  5. bankroet
  6. kwak
  7. aanrijding
  8. krach
  9. vernieling
  10. smak

verb

  1. breken (break, tear)
  2. verpletteren (shatter)
  3. breek
  4. breekt (break)
  5. vernietigen
  6. intrappen
  7. vermorzelen
  8. inslaan
  9. ingooien
  10. verbrijzelen

Voorbeelden

fysieke vernietiging of klap


smash a window

— een ruit inslaan

smash into a car

— op een auto botsen; met een auto in aanrijding komen

smash the vase

— de vaas breken

smash up a car

— een auto in elkaar rijden; een auto vernielen

smash to pieces

— aan scherven slaan; aan gruzelementen slaan

succes of record


smash hit

— grote hit; enorm succes; kaskraker

a smash

— sensatie; groot succes

smash the record

— het record breken; een nieuw record vestigen

smash the charts

— de hitlijsten veroveren; de hitlijsten bestormen

idiomen of uitdrukkingen


smash and grab

— vitrineroverval; overval met ingeslagen ruiten

smash up

— vernielen; verwoesten

smash someone's hopes

— iemands hoop de grond in boren; iemands hoop verwoesten

smash into pieces

— in stukken slaan; aan stukken breken

spreektaal en internet


smash the like button

— op de like-knop rammen; een like geven

smash someone

— met iemand naar bed gaan; seks hebben met iemand

smash someone up

— iemand in elkaar slaan; iemand afranselen

smash on someone

— smoorverliefd zijn op iemand; tot over zijn oren verliefd zijn op iemand

keuken of namen


smash burger

— smashburger; burger die wordt platgedrukt tijdens het bakken

smashed potatoes

— gestampte aardappelen; grof aardappelpuree

smash cake

— smashcake; taart voor een eenjarige die deze mag stukgooien