Vertaling van snow van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

snow

': sneeuw, sneeuwen, besneeuwen, geklopt schuim van eieren, bestrooien
Transcriptie: [snəʊ]

Woordenboekartikel

noun

  1. sneeuw m (snowfall)
  2. sneeuwval m
  3. Snow m
  4. geklopt schuim van eieren

adjective

  1. sneeuwen

verb

  1. besneeuwen
  2. bestrooien

Voorbeelden

natuur, weer


snow

— sneeuw

fresh snow

— verse sneeuw

light snow

— lichte sneeuwval; lichte sneeuw

heavy snow

— zware sneeuwval

powder snow

— poedersneeuw; donzige sneeuw

melting snow

— smeltende sneeuw

bedekking, landschap of oppervlak


snow cover

— sneeuwdek; sneeuwbedekking

snow-covered ground

— met sneeuw bedekte grond; besneeuwde ondergrond

snow bank

— sneeuwbank

snow drift

— sneeuwophoping; sneeuwverstuiving

snow line

— sneeuwgrens; sneeuwlijn

activiteiten, sport of spelletjes


snowball fight

— sneeuwballengevecht; sneeuwballen gooien

snowboarding

— snowboarden

skiing in the snow

— skiën in de sneeuw

building a snowman

— een sneeuwpop maken; sneeuwpop bouwen

making snow angels

— sneeuwengelen maken; sneeuwengelen in de sneeuw maken

vervoer, veiligheid of rijomstandigheden


snow plow

— sneeuwploeg; sneeuwruimer

snow chains

— sneeuwkettingen; antislipkettingen

snow-covered roads

— sneeuwbedekte wegen; besneeuwde wegen

road closed due to snow

— weg gesloten vanwege sneeuw

werkwoordelijke combinaties, toestanden of acties


to fall snow

— het sneeuwen; sneeuw valt

it snows

— het sneeuwt

snow falls

— de sneeuw valt; er valt sneeuw

snow melts

— de sneeuw smelt

to be snowed in

— ingesneeuwd zitten; door sneeuw afgesneden zijn

idiomen, uitdrukkingen of figuurlijke betekenis


snowed under

— overladen met werk; bedolven onder het werk

white as snow

— blank als sneeuw; vlekkeloos wit

snowball effect

— sneeuwbaleffect; lawine-effect

Snow White

— Sneeuwwitje