Vertaling van spatter van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

spatter

': spatten, spat, bespatten, sputteren, bespuwen
Transcriptie: [ˈspætə]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. spat n
  2. spatten (splashes)
  3. bespatten
  4. sputteren
  5. bespuwen
  6. bekladden
  7. bezoedelen

noun

  1. lasspatten n (weld spatter)
  2. gesputter