Vertaling van speak van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

speak

': spreken, praten, uitspreken, aanspreken, uiten
Transcriptie: [spiːk]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb (spake/spoke, spoken)

  1. spreken (discuss, communicate)
  2. praten
  3. uitspreken (express)
  4. aanspreken (appeal)
  5. praat
  6. spreekt (talk)
  7. gesproken (discuss)
  8. spraken
  9. spreek (say)
  10. zeggen (tell)