Vertaling van speak van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

speak

': spreken, praten, uitspreken, aanspreken, uiten
Transcriptie: [spiːk]

Woordenboekartikel

verb (spake/spoke, spoken)

  1. spreken (discuss, communicate)
  2. praten
  3. uitspreken (express)
  4. aanspreken (appeal)
  5. praat
  6. spreekt (talk)
  7. gesproken (discuss)
  8. spraken
  9. spreek (say)
  10. zeggen (tell)

Voorbeelden

gesprek, communicatie


speak to someone

— iemand aanspreken

speak with someone

— met iemand praten

speak about something

— over iets praten

speak on the phone

— telefoneren

optreden, toespraak


speak in public

— in het openbaar spreken

speak at a conference

— op een conferentie spreken

speak to a crowd

— een menigte toespreken

mening of gevoelens uiten


speak one's mind

— zijn mening geven

speak frankly

— openhartig spreken

speak up

— luider spreken

steun of protest uiten


speak up for someone

— opkomen voor iemand

speak out against something

— zich uitspreken tegen iets

namens iemand spreken


speak for someone

— optreden namens iemand

speak on behalf of someone

— namens iemand spreken

taalbeheersing


speak English

— Engels spreken

speak fluent English

— vloeiend Engels spreken

speak a language

— een taal spreken

positieve en negatieve uitspraken over iemand


speak highly of someone

— goed over iemand spreken

speak ill of someone

— kwaadspreken over iemand

idiomen en vaste uitdrukkingen


speak volumes

— boekdelen spreken

speak for itself

— vanzelf spreken

speak of the devil

— als je over de duivel spreekt

speak down to someone

— neerbuigend tegen iemand praten

speak in tongues

— in tongen spreken