Vertaling van speak van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
speak
Transcriptie: [spiːk]
Woordenboekartikel
verb (spake/spoke, spoken)
- spreken (discuss, communicate)
- praten
- uitspreken (express)
- aanspreken (appeal)
- praat
- spreekt (talk)
- gesproken (discuss)
- spraken
- spreek (say)
- zeggen (tell)
Voorbeelden
gesprek, communicatie
speak to someone
— iemand aansprekenspeak with someone
— met iemand pratenspeak about something
— over iets pratenspeak on the phone
— telefonerenoptreden, toespraak
speak in public
— in het openbaar sprekenspeak at a conference
— op een conferentie sprekenspeak to a crowd
— een menigte toesprekenmening of gevoelens uiten
speak one's mind
— zijn mening gevenspeak frankly
— openhartig sprekenspeak up
— luider sprekensteun of protest uiten
speak up for someone
— opkomen voor iemandspeak out against something
— zich uitspreken tegen ietsnamens iemand spreken
speak for someone
— optreden namens iemandspeak on behalf of someone
— namens iemand sprekentaalbeheersing
speak English
— Engels sprekenspeak fluent English
— vloeiend Engels sprekenspeak a language
— een taal sprekenpositieve en negatieve uitspraken over iemand
speak highly of someone
— goed over iemand sprekenspeak ill of someone
— kwaadspreken over iemandidiomen en vaste uitdrukkingen
speak volumes
— boekdelen sprekenspeak for itself
— vanzelf sprekenspeak of the devil
— als je over de duivel spreektspeak down to someone
— neerbuigend tegen iemand pratenspeak in tongues
— in tongen spreken