Vertaling van speaking van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

speaking

': sprekend, spreek-
Transcriptie: [ˈspiːkɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. sprekend (talking)
  2. spreken (talk)
  3. praten
  4. praat
  5. gesproken (talk)
  6. spreekt (talk)
  7. spreektijd m (talk time)
  8. spreek (talk)
  9. woord n (words)
  10. gesprek n (talk)

adjective

  1. spreek-

Voorbeelden

openbaar spreken of presentatie


public speaking

— in het openbaar spreken; redenaarskunst

public speaking course

— cursus in het openbaar spreken; cursus redenaarskunst

public speaking skills

— vaardigheden in het openbaar spreken; redenaarsvaardigheden

speaking engagement

— spreekbeurt; uitgenodigde lezing

keynote speaking

— openingslezing; keynote-lezing

spreekvaardigheid; taalvaardigheid


speaking skills

— spreekvaardigheden; spreekvaardigheid

speaking ability

— spreekvaardigheid; vermogen om zich mondeling uit te drukken

speaking fluency

— spreekvloeiendheid; vloeiend spreken

speaking practice

— spreekoefening; oefening in spreken

spreekstijl; stijl van spreken


speaking style

— spreekstem; stem bij het spreken

speaking voice

— spreekstem; toonhoogte van de stem

impromptu speaking

— geïmproviseerde toespraak; improviserend spreken

prepared speaking

— voorbereide toespraak; vooraf voorbereide lezing

uitspreken; opkomen voor je mening


speaking up

— uitspreken; openlijk zeggen

speaking out

— uitspreken tegen; openlijk verzet aantekenen tegen

speaking out against

— uitspreken tegen; openlijk verzet aantekenen tegen

spreken met iemand; communiceren met iemand


speaking with someone

— face-to-face-gesprek; persoonlijk gesprek

face-to-face speaking

— telefoongesprek; telefonisch onderhoud

telephone speaking

— telefoongesprek; telefonisch contact

op goede voet staan; met elkaar kunnen praten


on speaking terms

— spreken over; trouwens, over... gesproken

speaking of

— spreken over; trouwens, over... gesproken

spreken in tongen; extatisch spreken


speaking in tongues

— spreektoer; lezingentournee

paneldiscussie; deelnemen aan een paneldiscussie


speaking tour

— spreektoer; lezingentournee

panel speaking

— paneldiscussie; deelnemen aan een paneldiscussie