Vertaling van spoken van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

spoken

': mondeling
Transcriptie: [ˈspəʊkən]

Woordenboekartikel

noun

  1. gesproken (speaking)

adjective

  1. uitgesproken
  2. spreekt (speaking)
  3. spreken (speaking)
  4. gezegd
  5. mondeling

Voorbeelden

beschrijving van taal, mondelinge taal


spoken language

— gesproken taal; spreektaal

spoken word

— gesproken woord; hardop gesproken woord; voordrachtpoëzie

spoken form

— gesproken vorm

spoken phrase

— uitgesproken zin

spoken dialect

— gesproken dialect

vaardigheden, bekwaamheid of niveau van beheersing


spoken English

— gesproken Engels; spreekvaardigheid Engels

spoken fluency

— vloeiende spraak; spreekvaardigheid

spoken ability

— spreekvaardigheid; vaardigheid in mondeling communiceren

well-spoken

— welbespraakt; goed spreken

afspraken, beloften of status


spoken agreement

— mondelinge overeenkomst; mondelinge afspraak

spoken promise

— mondelinge belofte

spoken for

— bezet; gereserveerd; verloofd

regels, verklaringen of getuigenissen


spoken rule

— ongeschreven regel; mondeling vastgestelde regel

spoken testimony

— mondelinge getuigenis

spoken word of someone

— iemands woord; hardop uitgesproken belofte

onderwijs, examens en beoordeling


spoken exam

— mondeling examen

spoken test

— mondelinge toets; mondelinge test

spoken assessment

— mondelinge beoordeling; beoordeling van spreekvaardigheid

media, voorstellingen en voice-over


spoken narration

— gesproken vertelling; voice-over

spoken introduction

— mondelinge introductie; mondelinge inleiding

spoken performance

— mondelinge uitvoering; voordracht

technologie, interfaces en gegevens


spoken input

— spraakinvoer

spoken output

— spraakuitvoer; gesproken feedback

spoken dialogue system

— spraakdialoogsysteem; systeem voor gesproken dialoog

spreekstijl en manier van uitdrukken


spoken style

— spreekstijl; mondelinge stijl

spoken tone

— spreektoon; toon in de uitspraak

spoken delivery

— spreekpresentatie; voordracht

vaste combinaties en voorzetsels


spoken about

— besproken; mondeling besproken

spoken to

— aangesproken; hardop gezegd tegen iemand

spoken up

— uitgesproken; openlijk gezegd