Vertaling van spouse van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
spouse
Transcriptie: [spaʊz]
Woordenboekartikel
noun
- echtgenoot m (wife)
- echtgenote f (wife)
- partner m (partner)
- echtgeno m
- huwelijkspartner m
- bruid f (bride)
- bruidegom m
- wederhelft
- gade
- eega
Voorbeelden
burgerlijke staat of verwantschap
spouse
— echtgenoot; echtgenotemy spouse
— mijn echtgenoot; mijn echtgenotehis spouse
— zijn echtgenoot; zijn echtgenoteher spouse
— haar echtgenoot; haar echtgenotejuridische status of type echtgenoot
former spouse
— ex-echtgenoot; ex-echtgenotesurviving spouse
— weduwnaar; weduwedeceased spouse
— overleden echtgenoot; overleden echtgenotecommon-law spouse
— samenwonende echtgenoot; samenwonende echtgenotesame-sex spouse
— echtgenoot van hetzelfde geslacht; echtgenote van hetzelfde geslachtlawful spouse
— wettige echtgenoot; wettige echtgenoteregistered spouse
— geregistreerde echtgenoot; geregistreerde echtgenoteimmigratie of documenten
spouse visa
— partnervisum; visum voor echtgenoot of echtgenotespouse sponsorship
— sponsoring van echtgenoot of echtgenote; partnerbegunstigingspouse permit
— partnervergunning; verblijfsvergunning voor echtgenoot of echtgenoteproof of relationship with spouse
— bewijs van relatie met echtgenoot of echtgenotefinanciën of sociale ondersteuning
spouse benefits
— partneruitkering; uitkering voor echtgenoot of echtgenotespouse allowance
— partnerbijslag; toelage voor echtgenoot of echtgenotespouse support
— partneralimentatie; levensonderhoud voor echtgenoot of echtgenotealimony for spouse
— alimentatie voor echtgenoot of echtgenotemedische of noodcontacten
spouse as emergency contact
— echtgenoot of echtgenote als noodcontactspouse information
— informatie over echtgenoot of echtgenote; gegevens van echtgenoot of echtgenotereizen of dagelijkse situaties
travel with spouse
— reizen met echtgenoot of echtgenoteliving with spouse
— wonen met echtgenoot of echtgenote