Vertaling van stick van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

stick

': stok, plakken, blijven, steken, stokje
Transcriptie: [stɪk]

Woordenboekartikel

noun

  1. stok m (baton)
  2. stick m (thumb drive)
  3. wandelstok m (cane)
  4. staf m (rod)
  5. stokje
  6. pijp

verb (stuck, stuck)

  1. plakken (paste)
  2. steken (poke)
  3. blijven
  4. kleven (paste)
  5. hangen (hang)
  6. vast
  7. vasthouden (cling, adhere)
  8. houden
  9. vastzitten
  10. vastlopen (hang)

Voorbeelden

voorwerp, stok


a stick

— een stok

walking stick

— wandelstok

drumstick

— drumstok; kippenpoot

glue stick

— lijmstift

hockey stick

— hockeystick

joystick

— joystick

stick figure

— stokfiguur

stick shift

— handgeschakelde versnellingsbak

plakken, kleven of hechten


stick

— plakken, kleven

stick to

— plakken aan, vasthouden aan

stick on

— opplakken

stick together

— aan elkaar plakken, samenkleven

zich houden aan, trouw blijven of steunen


stick to

— zich houden aan, niet afwijken

stick with

— blijven gebruiken, trouw blijven, niet opgeven

stick by

— steunen, bijstaan, niet in de steek laten

uitsteken, opvallen of overval


stick out

— uitsteken, opvallen

stick up

— overvallen, omhoogsteken

stick up for

— opkomen voor, verdedigen

idiomen, blijven plakken of uithouden


stick around

— in de buurt blijven, even wachten

stick together

— bij elkaar blijven, elkaar steunen

stick it out

— uithouden, volhouden tot het einde

stick one's neck out

— zijn nek uitsteken

a stick in the mud

— een spelbreker, een behoudend persoon