Vertaling van surf van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

surf

': surfen, branding
Transcriptie: [sɜːf]

Woordenboekartikel

noun

  1. branding f
  2. surf m (browsing)

verb

  1. surfen (browsing)
  2. browsen (browsing)

Voorbeelden

sport, ontspanning


surfing

— surfen; golfrijden

surf lesson

— surfles; les in golfrijden

surf school

— surfschool; school voor golfrijden

surf camp

— surfkamp; kamp voor surfers

surf competition

— surfwedstrijd

surf coach

— surfcoach

zee, golven of weersomstandigheden


the surf

— de branding; het ruisen van de branding

surf conditions

— golfomstandigheden; omstandigheden op de golven

surf zone

— brandingszone; kuststrook

ride the surf

— door de branding rijden; op een golf rijden

out on the surf

— in de kustzone; op de brandingslijn

internet, media of surfen


surf the web

— op het web surfen; op internet surfen

surf the internet

— op het internet surfen; op internet surfen

surf the channels

— door zappen; door de zenders surfen

surf for bargains

— zoeken naar koopjes; zoeken naar kortingen in winkels

surf online

— online surfen; online zoeken

uitrusting, goederen of plaatsen


surfboard

— surfplank

surf wax

— surfwax

surf shop

— surfwinkel

surf leash

— surfkoord; veiligheidstouw voor de plank

idiomen, uitdrukkingen of informele zinnen


surf's up

— de golven zijn goed; goede golven om te surfen

catch the surf

— een golf pakken; een golf vangen

hit the surf

— gaan golfrijden; gaan surfen