Vertaling van tack van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tack

': kleverigheid, laveren, vastspijkeren, koers, hechten
Transcriptie: [tæk]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. koers f
  2. kleefdoek n
  3. kleverigheid
  4. hals
  5. richting
  6. kopspijkertje
  7. rijgsteek
  8. gedragslijn
  9. gang
  10. aanhangsel

verb

  1. laveren
  2. vastspijkeren
  3. hechten
  4. vastmaken
  5. rijgen
  6. bij de wind omwenden
  7. over staag gaan
  8. van koers veranderen