Vertaling van tack van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tack

': kleverigheid, laveren, vastspijkeren, koers, hechten
Transcriptie: [tæk]

Woordenboekartikel

noun

  1. koers f
  2. kleefdoek n
  3. kleverigheid
  4. hals
  5. richting
  6. kopspijkertje
  7. rijgsteek
  8. gedragslijn
  9. gang
  10. aanhangsel

verb

  1. laveren
  2. vastspijkeren
  3. hechten
  4. vastmaken
  5. rijgen
  6. bij de wind omwenden
  7. over staag gaan
  8. van koers veranderen

Voorbeelden

zeilen, manoeuvreren


change tack

— van koers veranderen

take a new tack

— een nieuwe koers kiezen

on the same tack

— dezelfde koers varen

aanpak of strategie


try a different tack

— een andere aanpak proberen

adopt a tougher tack

— een hardere aanpak kiezen

take a conciliatory tack

— een verzoenende houding aannemen

paardentuig


horse tack

— paardentuig

tack room

— tuigkamer

tack shop

— tuigwinkel

saddle and tack

— zadel en tuig

vastmaken met spijkers of punaises


tack something to the wall

— iets aan de muur vastmaken

tack down the fabric

— de stof vastspelden

push a tack into the board

— een punaise in het bord drukken

tack up a notice

— een mededeling ophangen met een punaise

toevoegen of erbij voegen


tack on an extra chapter

— een extra hoofdstuk toevoegen

tack something on

— iets eraan toevoegen

plakkerigheid, stofdoek


tack cloth

— plakdoek

thumbtack

— punaise

tack hammer

— spijkertjeshamer