Vertaling van tag van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tag

': label, etiketteren, etiket, aanhangsel, naam
Transcriptie: [tæg]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. label n
  2. tag m (label)
  3. taggen
  4. labelen (label)
  5. markeren (marker)
  6. etiketteren
  7. bestempelen
  8. noemen
  9. aftikken
  10. van labels voorzien

noun

  1. markering f (label)
  2. etiket
  3. aanhangsel
  4. naam
  5. uiteinde
  6. kenteken
  7. lus
  8. aanhaling
  9. rafel
  10. nestel