Vertaling van talk van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

talk

': praten, gesprek, spreken, bespreking, gepraat
Transcriptie: [tɔːk]

Woordenboekartikel

noun

  1. gesprek n (discussion)
  2. bespreking f (discussion)
  3. gepraat (discussion)
  4. Talk m
  5. gesproken (spoke)
  6. toespraak f (spoke)
  7. lezing f (lecture)
  8. sprake (speak)
  9. voordracht f (lecture)
  10. praatjes

verb

  1. praten (speak, communicate, spoke)
  2. spreken
  3. praat
  4. vertellen (tell)
  5. spreekt (spoke)
  6. spreek (communicate)
  7. bespreken (discussion)
  8. bespreek
  9. overleg n (discussion)
  10. besproken (discussion)

Voorbeelden

communicatie of gesprek


talk to someone

— met iemand praten

talk with someone

— met iemand praten

talk about something

— over iets praten

talk on the phone

— telefoneren

have a talk

— een gesprek voeren

talk it out

— het uitpraten

bespreking of debat


talk over

— bespreken

talk something over

— iets bespreken

talk through

— iets doornemen

talk back

— brutaal antwoorden

talk down to

— neerbuigend praten tegen

talk someone down

— iemand kalmeren

overtuiging of invloed


talk someone into (doing) something

— iemand overhalen om iets te doen

talk someone out of (doing) something

— iemand van iets afbrengen

talk someone round

— iemand ompraten

talk sense into someone

— iemand tot rede brengen

spreekstijl of idiomen


small talk

— smalltalk

talk a blue streak

— aan één stuk door praten

talk someone's ear off

— iemand de oren van het hoofd praten

talk nonsense

— onzin praten

talk through one's hat

— onzin verkopen

talk shop

— over het werk praten

publieke lezing of presentatie


give a talk

— een lezing geven

talk show

— talkshow

public talk

— openbare lezing

short talk

— korte toespraak

andere fraseologische varianten


talk up

— aanprijzen

talk down

— afkraken

talk out

— uitpraten

talk someone through

— iemand stap voor stap begeleiden