Vertaling van talking van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
talking
Transcriptie: [ˈtɔːkɪŋ]
Woordenboekartikel
participle
- praten (speaking)
- gesprek n
- spreekt (speaking)
noun
- Talking m
- spreken (speaking)
- standje
adjective
- sprekend (speaking)
- gepraat
- praat m (speaking)
- gesproken (speaking)
- bespreken
- discussiëren
- besproken
- spreek (speaking)
- discussie f
- kletsen
Voorbeelden
praatgraag
a talking child
— een praatgraag kinda talking neighbor
— een praatgraag buurmana talking crowd
— een praatgrage menigtepraatziek
a talking woman
— een praatzieke vrouwa talking friend
— een praatzieke vrienda talking mouth
— een losse tongexpressief
talking eyes
— expressieve ogena talking face
— een expressief gezichttalking gestures
— expressieve gebarensprekend
a talking doll
— een sprekende popa talking parrot
— een sprekende papegaaia talking book
— een sprekend boek