Vertaling van talking van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

talking

': praat, gepraat, pratend, sprekend, standje
Transcriptie: [ˈtɔːkɪŋ]   US     UK 

Woordenboekartikel

participle

  1. praten (speaking)
  2. gesprek n
  3. spreekt (speaking)

noun

  1. Talking m
  2. spreken (speaking)
  3. standje

adjective

  1. sprekend (speaking)
  2. gepraat
  3. praat m (speaking)
  4. gesproken (speaking)
  5. bespreken
  6. discussiëren
  7. besproken
  8. spreek (speaking)
  9. discussie f
  10. kletsen