Vertaling van taxing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

taxing

': het belasten, bezwaarlijk, lastig
Transcriptie: [ˈtæksɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. belasten
  2. Belastingdienst m (tax authority)
  3. het belasten

adjective

  1. bezwaarlijk
  2. lastig

Voorbeelden

belasting of veeleisendheid


taxing task

— vermoeiende taak; bezwarelijke taak

taxing job

— zware baan; veeleisende baan

taxing schedule

— strak schema; veeleisend schema

emotionally taxing

— emotioneel uitputtend; emotioneel slopend

physically taxing

— lichamelijk uitputtend; zwaar voor het lichaam

taxing on the body

— zwaar voor het lichaam; uitputtend voor het lichaam

taxing one's patience

— iemands geduld op de proef stellen; iemands geduld uitputten

taxing on resources

— bezwarend voor hulpbronnen; veeleisend voor hulpbronnen

taxing the mind

— de geest belasten; geestelijk vermoeien

belastingheffing of het opleggen van belastingen


taxing income

— het belasten van inkomen; belastingheffing over inkomen

taxing capital gains

— het belasten van vermogenswinst; belastingheffing over vermogenswinst

taxing corporations

— het belasten van bedrijven; belastingheffing over bedrijven

taxing the wealthy

— het belasten van rijken; belastingheffing over vermogenden

taxing imports

— het belasten van invoer; het heffen van rechten op invoer

taxing corporate profits

— het belasten van bedrijfswinst; belastingheffing over bedrijfswinst

idiomen of vaste uitdrukkingen


taxing question

— moeilijke vraag; lastige vraag

a taxing conversation

— moeilijk gesprek; uitputtend gesprek

a taxing exam

— moeilijk examen; uitputtend examen

taxing workday

— slopende werkdag; drukke werkdag

not taxing

— niet moeilijk; gemakkelijk uit te voeren