Vertaling van taxing van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
taxing
Transcriptie: [ˈtæksɪŋ]
Woordenboekartikel
noun
- belasten
- Belastingdienst m (tax authority)
- het belasten
adjective
- bezwaarlijk
- lastig
Voorbeelden
belasting of veeleisendheid
taxing task
— vermoeiende taak; bezwarelijke taaktaxing job
— zware baan; veeleisende baantaxing schedule
— strak schema; veeleisend schemaemotionally taxing
— emotioneel uitputtend; emotioneel slopendphysically taxing
— lichamelijk uitputtend; zwaar voor het lichaamtaxing on the body
— zwaar voor het lichaam; uitputtend voor het lichaamtaxing one's patience
— iemands geduld op de proef stellen; iemands geduld uitputtentaxing on resources
— bezwarend voor hulpbronnen; veeleisend voor hulpbronnentaxing the mind
— de geest belasten; geestelijk vermoeienbelastingheffing of het opleggen van belastingen
taxing income
— het belasten van inkomen; belastingheffing over inkomentaxing capital gains
— het belasten van vermogenswinst; belastingheffing over vermogenswinsttaxing corporations
— het belasten van bedrijven; belastingheffing over bedrijventaxing the wealthy
— het belasten van rijken; belastingheffing over vermogendentaxing imports
— het belasten van invoer; het heffen van rechten op invoertaxing corporate profits
— het belasten van bedrijfswinst; belastingheffing over bedrijfswinstidiomen of vaste uitdrukkingen
taxing question
— moeilijke vraag; lastige vraaga taxing conversation
— moeilijk gesprek; uitputtend gespreka taxing exam
— moeilijk examen; uitputtend examentaxing workday
— slopende werkdag; drukke werkdagnot taxing
— niet moeilijk; gemakkelijk uit te voeren