Vertaling van teach van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

teach

': leren, onderwijzen, doceren, les geven, onderricht geven
Transcriptie: [tiːʧ]

Woordenboekartikel

verb (taught, taught)

  1. leren (study)
  2. onderwijzen (learn)
  3. doceren (tutor)
  4. les f (tutor, lecture, instruct)
  5. lesgeven n
  6. onderricht n
  7. onderwijs n (educate)
  8. geven (show)
  9. aanleren (study)
  10. leer n (learn)

Voorbeelden

iemand onderwijzen, iemand lesgeven


teach someone

— iemand leren, iemand onderwijzen

teach someone to do something

— iemand leren iets te doen, iemand opleiden om iets te doen

teach a child

— een kind leren, een kind opvoeden

teach a student

— een leerling lesgeven, een student onderwijzen

teach children

— kinderen lesgeven, kinderen onderwijzen

teach adults

— volwassenen onderwijzen, volwassenen lesgeven

teach someone a skill

— iemand een vaardigheid aanleren, iemand een vaardigheid bijbrengen

een vak, cursus of les geven


teach a class

— een les geven, een klas leiden

teach a course

— een cursus geven, een vak doceren

teach english

— Engels onderwijzen, Engels leren

teach mathematics

— wiskunde onderwijzen, wiskunde doceren

teach reading

— lezen onderwijzen, leren lezen

teach writing

— schrijven onderwijzen, leren schrijven

teach coding

— programmeren onderwijzen, codeerlessen geven

methode of wijze van onderwijzen


teach by example

— onderwijzen door het goede voorbeeld te geven, leren door voorbeeld

teach by rote

— uit het hoofd leren, stampen

teach through play

— leren door spel, spelenderwijs onderwijzen

teach with visuals

— onderwijzen met visuele hulpmiddelen, lesgeven met beeldmateriaal

teach online

— online lesgeven, via internet onderwijzen

teach in person

— persoonlijk lesgeven, face-to-face onderwijzen

opvoeding, morele en praktische lessen


teach someone a lesson

— iemand een lesje leren, iemand een les leren

teach discipline

— discipline bijbrengen, orde leren

teach manners

— manieren bijbrengen, goede manieren leren

teach life lessons

— levenslessen geven, levenswijsheid bijbrengen

teach responsibility

— verantwoordelijkheid bijbrengen, leren verantwoordelijk te zijn

zelfstudie, kennisoverdracht en basisprincipes


teach oneself

— zichzelf iets leren, zichzelf onderwijzen

teach the basics

— de basisbeginselen onderwijzen, basiskennis bijbrengen

teach problem solving

— probleemoplossing onderwijzen, leren problemen op te lossen

teach someone how to fish

— iemand leren vissen, iemand zelfredzaam maken