Vertaling van teach van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
teach
Transcriptie: [tiːʧ]
Woordenboekartikel
verb (taught, taught)
- leren (study)
- onderwijzen (learn)
- doceren (tutor)
- les f (tutor, lecture, instruct)
- lesgeven n
- onderricht n
- onderwijs n (educate)
- geven (show)
- aanleren (study)
- leer n (learn)
Voorbeelden
iemand onderwijzen, iemand lesgeven
teach someone
— iemand leren, iemand onderwijzenteach someone to do something
— iemand leren iets te doen, iemand opleiden om iets te doenteach a child
— een kind leren, een kind opvoedenteach a student
— een leerling lesgeven, een student onderwijzenteach children
— kinderen lesgeven, kinderen onderwijzenteach adults
— volwassenen onderwijzen, volwassenen lesgeventeach someone a skill
— iemand een vaardigheid aanleren, iemand een vaardigheid bijbrengeneen vak, cursus of les geven
teach a class
— een les geven, een klas leidenteach a course
— een cursus geven, een vak docerenteach english
— Engels onderwijzen, Engels lerenteach mathematics
— wiskunde onderwijzen, wiskunde docerenteach reading
— lezen onderwijzen, leren lezenteach writing
— schrijven onderwijzen, leren schrijventeach coding
— programmeren onderwijzen, codeerlessen gevenmethode of wijze van onderwijzen
teach by example
— onderwijzen door het goede voorbeeld te geven, leren door voorbeeldteach by rote
— uit het hoofd leren, stampenteach through play
— leren door spel, spelenderwijs onderwijzenteach with visuals
— onderwijzen met visuele hulpmiddelen, lesgeven met beeldmateriaalteach online
— online lesgeven, via internet onderwijzenteach in person
— persoonlijk lesgeven, face-to-face onderwijzenopvoeding, morele en praktische lessen
teach someone a lesson
— iemand een lesje leren, iemand een les lerenteach discipline
— discipline bijbrengen, orde lerenteach manners
— manieren bijbrengen, goede manieren lerenteach life lessons
— levenslessen geven, levenswijsheid bijbrengenteach responsibility
— verantwoordelijkheid bijbrengen, leren verantwoordelijk te zijnzelfstudie, kennisoverdracht en basisprincipes
teach oneself
— zichzelf iets leren, zichzelf onderwijzenteach the basics
— de basisbeginselen onderwijzen, basiskennis bijbrengenteach problem solving
— probleemoplossing onderwijzen, leren problemen op te lossenteach someone how to fish
— iemand leren vissen, iemand zelfredzaam maken