Vertaling van they van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

they

': ze, zij, men
Transcriptie: [ðeɪ]

Woordenboekartikel

pronoun

  1. ze
  2. zij
  3. men
  4. deze
  5. hun
  6. het
  7. hij
  8. dat
  9. daarbij

Voorbeelden

 

they are

— ze zijn
 

they have

— ze hebben
 

they will

— ze zullen
 

they can

— ze kunnen
 

they think

— ze denken
 

they say

— ze zeggen
 

they want

— ze willen
 

they need

— ze hebben nodig
 

they know

— ze weten
 

they believe

— ze geloven