Vertaling van thing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

thing

': ding, voorwerp, schepsel, zaakje
Transcriptie: [θɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. ding n (matter)
  2. voorwerp n (matter, item)
  3. zaak f
  4. iets
  5. zoiets (like that)
  6. spul n (stuff)
  7. item n
  8. object n
  9. punt n (item)
  10. wezen n (creature)

Voorbeelden

voorwerp


a small thing

— een klein ding

a useful thing

— een nuttig ding

a personal thing

— een persoonlijk ding

that thing

— dat ding

strange thing

— een vreemd ding

situatie


the thing is

— de zaak is

the important thing

— het belangrijkste

the same thing

— hetzelfde

another thing

— iets anders

the whole thing

— de hele zaak

activiteit


do your own thing

— je eigen ding doen

things to do

— dingen om te doen

get things done

— dingen gedaan krijgen

make things happen

— dingen laten gebeuren

one thing after another

— het ene na het andere

emotie


good thing

— een goede zaak

bad thing

— een slechte zaak

a beautiful thing

— een mooi ding

funny thing

— grappig

the worst thing

— het ergste

idiomen


one thing leads to another

— het ene leidt tot het andere

a thing of the past

— een overblijfsel uit het verleden

not a thing

— niets

the next big thing

— de volgende grote trend

do the whole thing

— alles doen

have a thing for someone

— een zwak hebben voor iemand

that's the thing

— dat is de kern

the real thing

— het echte werk