Vertaling van ticket van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
ticket
Transcriptie: [ˈtɪkɪt]
Woordenboekartikel
noun
- ticket n (fare, entrance ticket, admission ticket)
- bon m (coupon)
- toegangskaart f
- toegangsbewijs n
- toegangsticket n
- entreekaart f
- kaart f
- kaartje
- biljet
- plaatsbewijs
verb
- prijzen
- van een etiket voorzien
- van kaartje voorzien
Voorbeelden
reizen of vervoer
ticket
— ticketadmission ticket
— toegangsticketentrance ticket
— entreebewijstrain ticket
— treinticketplane ticket
— vliegticketone-way ticket
— enkele reisround-trip ticket
— retourticketreturn ticket
— retourseason ticket
— abonnementday ticket
— dagkaarte-ticket
— e-ticketpaper ticket
— papieren ticketboete of proces-verbaal
parking ticket
— parkeerbontraffic ticket
— verkeersboetespeeding ticket
— snelheidsboeteto get a ticket
— een bon krijgento issue a ticket
— een bon uitschrijvento pay a ticket
— een bon betalenverkoop, kassa of controle
ticket office
— kaartverkoopticket machine
— kaartautomaatticket booth
— kaartkioskticket counter
— kaartbaliebox office
— theaterkassaticket inspector
— kaartcontroleurticket seller
— kaartverkoperkaartsoorten of strookjes
ticket stub
— kaartstrookjeseasonal pass
— seizoenspasreserved-seat ticket
— plaatsbewijsgolden ticket
— gouden ticketsysteem, ondersteuning of aanvragen
support ticket
— supporttickethelpdesk ticket
— helpdesktickettrouble ticket
— storingsmeldingticketing system
— ticketing systeemidiomen of overdrachtelijke betekenissen
ticket to ride
— kans op succespunch a ticket
— een kaartje laten stempelengolden ticket
— gouden kans