Vertaling van tie van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tie

': stropdas, band, binden, das, vastbinden
Transcriptie: [taɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. band m (link)
  2. tie f
  3. gelijkspel n
  4. bind m
  5. binding f (link)
  6. stropdas
  7. das
  8. knoop
  9. verbinding
  10. boogje

verb

  1. binden (strap, link)
  2. vastbinden (tie up)
  3. verbinden (link)
  4. koppelen
  5. vastknopen
  6. afbinden
  7. gelijk aantal stemmen behalen

Voorbeelden

kleding of accessoire


bow tie

— vlinderdas

necktie

— stropdas

tie clip

— stropdasklem

white tie

— witte stropdas; de meest formele dresscode

skinny tie

— smalle stropdas

binden of knopen


tie a knot

— een knoop leggen

tie shoelaces

— schoenveters strikken

tie a bow

— een strik maken

tie off

— afbinden; de knoop vastzetten

tie up

— vastbinden; vasthinden

band of relatie


tie

— band; verbondenheid; verwantschap

family tie

— familieband

ties of friendship

— vriendschapsbanden

tie to

— verbonden zijn met; betrekking hebben op

tie in

— passen bij; verband houden met

gelijkspel; gelijke uitslag


tie

— gelijkspel; gelijk resultaat

tie game

— gelijkspel

to tie the score

— de stand gelijkmaken

tie for first place

— de eerste plaats delen

tie breaker

— tiebreak; beslissingswedstrijd

in het huwelijk treden


tie the knot

— in het huwelijk treden; trouwen

iemand beperken; iemand de vrijheid ontnemen


tie someone down

— koppelverkoop; bijbehorende reclamecampagne

tie-in

— losse eindjes afwerken; details regelen

zaken afronden


tie up loose ends

— losse eindjes aan elkaar knopen