Vertaling van tied van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tied

': gebonden
Transcriptie: [taɪd]

Woordenboekartikel

participle

  1. gebonden
  2. gekoppeld

Voorbeelden

gebonden


tied hands

— gebonden handen

tied feet

— gebonden voeten

tied together

— samengebonden

tied up

— vastgebonden

gestrikt


tied shoelaces

— gestrikte veters

tied scarf

— gestrikte sjaal

tied knot

— gelegde knoop

tied ribbon

— gestrikte lint

vastgebonden


tied to a post

— vastgebonden aan een paal

tied to a chair

— vastgebonden aan een stoel

tied to the bed

— vastgebonden aan het bed

tied with rope

— met een touw vastgebonden

verbonden


tied to the case

— verbonden met de zaak

tied to the company

— verbonden met het bedrijf

tied to a contract

— gebonden aan een contract

tied to one’s job

— gebonden aan zijn baan

gelijk


tied score

— gelijke score

tied game

— gelijkspel

tied result

— gelijk resultaat

tied vote

— gelijke stemmen