Vertaling van time van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
time
Woordenboekartikel
noun
- tijd m (period, occasion, moment, duration)
- keer m
- maal m
- periode f (period)
- termijn m
- moment n
- time m
- tijdstip n
- tegelijk n
- ogenblik n
verb
- regelen
- controleren
- de tijd opnemen
- dateren
- tijd kiezen voor
- de tijd regelen van
- de tijd berekenen van
- de maat slaan bij
- vaststellen
Voorbeelden
tijd of moment
at the time
— destijdsthis time
— deze keernext time
— volgende keerone more time
— nog een keer; één keerfor the first time
— voor de eerste keerfor the last time
— voor de laatste keerhigh time
— hoog tijdduur of periode
period of time
— tijdsperiodelength of time
— tijdsduurspan of time
— tijdspanneamount of time
— hoeveelheid tijddeadlines of schema
on time
— op tijdin time
— op tijd; tijdigahead of time
— voorafscheduled time
— geplande tijdtime slot
— tijdslotvrije tijd of ontspanning
free time
— vrije tijdspare time
— vrije tijdleisure time
— vrije tijdtime off
— vrijquality time
— quality timeme time
— tijd voor mezelfacties met tijd
take your time
— neem je tijdmake time
— tijd vrijmakenfind time
— tijd vindenwaste time
— tijd verspillenspend time
— tijd doorbrengensave time
— tijd besparenlose time
— tijd verliezenkill time
— tijd dodenidiomen of vaste uitdrukkingen
time flies
— de tijd vliegttime is money
— tijd is geldtime and again
— telkens weeronce upon a time
— er was eensat the same time
— tegelijkertijdfor the time being
— voorlopigfrom time to time
— zo nu en danin the nick of time
— op het nippertjerun out of time
— de tijd raakt opbeat the clock
— de klok verslaanplay for time
— tijd rekkensamengestelde bijvoeglijke naamwoorden
time-consuming
— tijdrovendtime-sensitive
— tijdgevoeligtime-bound
— tijdsgebondentime-honored
— beproefdtechniek, wetenschap of geografie
time zone
— tijdzonetime stamp
— tijdstempeltime travel
— tijdreizentime lag
— tijdsvertragingtime limit
— tijdslimiettime signature
— maatsoort