Vertaling van time van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

time

': tijd, keer, periode, termijn, maal
Transcriptie: [taɪm]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. tijd m (period, occasion, moment, duration)
  2. keer m
  3. maal m
  4. periode f (period)
  5. termijn m
  6. moment n
  7. time m
  8. tijdstip n
  9. tegelijk n
  10. ogenblik n

verb

  1. regelen
  2. controleren
  3. de tijd opnemen
  4. dateren
  5. tijd kiezen voor
  6. de tijd regelen van
  7. de tijd berekenen van
  8. de maat slaan bij
  9. vaststellen