Vertaling van timer van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

timer

': tijdklokje, wekkertje
Transcriptie: [ˈtaɪmə]

Woordenboekartikel

noun

  1. timer m (countdown timer, self timer)
  2. zelfontspanner m
  3. tijdklokje
  4. wekkertje

Voorbeelden

keuken of koken


kitchen timer

— keukentimer

egg timer

— eierwekker; zandloper

baking timer

— baktimer

cooking timer

— kooktimer; timer voor het bereiden van voedsel

apparaten of huishoudelijke elektronica


digital timer

— digitale timer

countdown timer

— afteltimer; timer met aftellen

programmable timer

— programmeerbare timer; timer met programmeerbare instellingen

timer switch

— timerschakelaar; schakelaar met timer

sleep timer

— slaaptimer; functie voor automatische uitschakeling

programmeren of ontwikkeling


software timer

— softwaretimer

hardware timer

— hardwaretimer; hardwareteller

timer interrupt

— timerinterrupt; onderbreking door timer

set timer

— timer instellen

timer function

— timerfunctie

timer callback

— timer callback; callback van de timer

sport of training


interval timer

— intervaltimer

lap timer

— rondetimer; tijdmeting van de ronde

stopwatch timer

— stopwatch; timer-stopwatch

race timer

— racetimer; tijdmeting van de race

timemanagement of productiviteit


pomodoro timer

— pomodorotimer; timer voor de pomodoro-techniek

focus timer

— concentratietimer; focustimer

study timer

— studietimer; timer voor studie

reminder timer

— herinneringstimer; herinnering met timer