Vertaling van titter van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

titter

': giechelen, gegiechel
Transcriptie: [ˈtɪtər]

Voorbeelden

zelfstandig naamwoord of werkwoord


titter

— gegiechel; gniffel

to titter

— giechelen; grinniken

a small titter

— een zacht gegiechel; een stille gniffel

a titter of laughter

— een vlaag van gegiechel; stille gniffels

zenuwachtig of ingehouden gegiechel


a nervous titter

— een zenuwachtig gegiechel; zenuwachtig gniffelen

a suppressed titter

— een onderdrukt gegiechel; ingehouden gniffelen

titter nervously

— zenuwachtig giechelen; giechelen van opwinding

to stifle a titter

— een gegiechel onderdrukken; een gniffel inhouden

hatelijk of spottend gegiechel


a titter of derision

— een spottende gniffel; hatelijk gelach

titter of amusement

— een gniffel van plezier; zacht vrolijk gegiechel

to titter behind someone's back

— achter iemands rug giechelen; achter iemands rug grinniken

they tittered at the remark

— ze giechelden om de opmerking; ze lachten om de opmerking

beschrijvende combinaties en contexten


a titter ran through the room

— er ging een zacht gelach door de kamer; er ging gegiechel door de kamer

a burst of tittering

— een uitbarsting van gegiechel; plotseling rondgaand gelach

a barely audible titter

— een nauwelijks hoorbaar gegiechel; een bijna onhoorbare gniffel