Vertaling van tool van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
tool
Transcriptie: [tuːl]
Woordenboekartikel
noun
- gereedschap n
- tool m (instrument)
- hulpmiddel n
- instrument n
- hulpprogramma n (utility, software)
- programma n
- softwarehulpmiddel n
- middel n (means)
- machine f (machine)
- medium n (vehicle)
verb
- bewerken
- met blinddruk versieren
- mennen
- rijden
Voorbeelden
fysiek gereedschap of handgereedschap
hand tool
— handgereedschaptoolbox
— gereedschapskist; gereedschapssettool kit
— gereedschapsset; gereedschapskistcutting tool
— snijgereedschapmeasuring tool
— meetgereedschap; meetinstrumentcarpentry tool
— timmergereedschapgarden tool
— tuingereedschapelektrisch gereedschap of gemotoriseerd gereedschap
power tool
— elektrisch gereedschapcordless power tool
— accugereedschap; draadloos elektrisch gereedschapelectric hand tool
— elektrisch handgereedschappneumatic tool
— pneumatisch gereedschapprecision tool
— precisiegereedschap; hogeprecisiegereedschapsoftwaretools of ontwikkeltools
software tool
— softwaretool; programmatuurdevelopment tool
— ontwikkelingshulpmiddel; ontwikkelgereedschapanalysis tool
— analysehulpmiddel; analysetooldebugging tool
— debugtool; ontfoutingsgereedschapautomation tool
— automatiseringshulpmiddel; automatiseringsgereedschapvisualization tool
— visualisatiehulpmiddel; visualisatietoolfiguurlijke betekenissen of middelen en methoden
tool for change
— middel voor verandering; instrument voor veranderingtool of persuasion
— overtuigingsmiddel; overtuigingsinstrumentpolitical tool
— politiek instrument; politiek werktuigmarketing tool
— marketinginstrument; marketingmiddeltool in the hands of
— werktuig in handen van; instrument in handen vanidiomen of vaste uitdrukkingen
tool of the trade
— beroepsgereedschap; ambachtsgereedschapright tool for the job
— geschikt gereedschap voor de klus; geschikt middel voor de taaktool around
— rondrijden; lanterfanten; rondhangena tool in someone's hands
— werktuig in iemands handen; instrument in iemands handennothing but a tool
— slechts een werktuig; slechts een instrumentopslag of dragen van gereedschap
tool belt
— gereedschapsriemtool chest
— gereedschapskast; gereedschapskisttool shed
— gereedschapsschuur; tuingereedschapschuur