Vertaling van tooth van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tooth

': tand, tanden, kies, van tanden voorzien, tanden zetten in
Transcriptie: [tuːθ]

Woordenboekartikel

verb

  1. tand m (dental)
  2. tanden
  3. van tanden voorzien
  4. tanden zetten in
  5. in elkaar grijpen

noun

  1. kies

Voorbeelden

anatomie, tandheelkunde


tooth enamel

— tandglazuur

tooth root

— tandwortel

tooth crown

— tandkroon

tooth socket

— tandkas; tandholte

milk tooth

— melktand

wisdom tooth

— verstandskies

decayed tooth

— cariëstand; rotte tand

loose tooth

— losse tand

permanent tooth

— blijvende tand

verzorging, behandelingen of aandoeningen


toothbrush

— tandenborstel

toothpaste

— tandpasta

tooth extraction

— tandextractie; trekken van een tand

tooth filling

— tandvulling; vullen van een tand

tooth whitening

— tandenbleken

tooth cleaning

— tandenpoetsen; gebitsreiniging

tooth sensitivity

— tandgevoeligheid; overgevoelige tanden

toothache

— tandpijn

tooth decay

— tandbederf; cariës

tooth loss

— tandverlies

instrumenten, prothesen of materialen


toothpick

— tandenstoker

false tooth

— kunsttand; prothese tand

tooth implant

— tandimplantaat

tanden van mechanismen, onderdelen of profiel


gear tooth

— tand van een tandwiel

tooth profile

— tandprofiel

idiomen, vaste uitdrukkingen of culturele termen


tooth and nail

— met hand en tand; fel

long in the tooth

— op leeftijd; bejaard

a tooth for a tooth

— oog om oog, tand om tand

Tooth Fairy

— tandfee