Vertaling van train van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
train
Transcriptie: [treɪn]
Woordenboekartikel
noun
- treinstation n (railway)
- training f (training)
- opgeleid (training)
- trein
- gang
- sleep
- stoet
- loop
- gevolg
verb
- trainen (coach, teach)
- opleiden
- oefenen (exercise)
- getraind (coach)
- aanleren n (teach)
- peil n
Voorbeelden
vervoer, trein
train
— trein = treinfast train
— sneltrein = sneltreinfreight train
— goederentrein = goederentreinpassenger train
— passagierstrein = personentreinlocal train
— stoptrein = stoptrein; lokale treinexpress train
— expresstrein = exprestrein; sneltreinnight train
— nachttrein = nachttreincommuter train
— forensentrein = forensentrein; stoptreinhigh-speed train
— hogesnelheidstrein = hogesnelheidstreintrain station
— treinstation = treinstation; stationtrain ticket
— treinkaartje = treinkaartjetrain carriage
— treinrijtuig = treinstel; rijtuigtrain platform
— treinperron = perron; platformberoep, treinpersoneel
train driver
— treinmachinist = machinist; treinbestuurdertrain conductor
— treinconducteur = conducteur; treinbegeleidertrain crew
— treinbemanning = treinpersoneel; treinbemanningtrain operator
— treinoperator = treinoperator; machinisthandeling, trainen of opleiden
to train
— trainen = trainen; oefenen; klaarstomentrain someone
— iemand trainen = iemand trainen; iemand opleidentrain for a race
— trainen voor een race = trainen voor een race; zich voorbereiden op een racetrain hard
— hard trainen = hard trainen; intensief trainentrain the staff
— personeel trainen = personeel trainen; personeel opleidentrain in first aid
— trainen in eerste hulp = trainen in eerste hulp; een cursus eerste hulp volgenmetaforen, staart of stroom
train of thought
— gedachtestroom = gedachtestroom; redeneringtrain of events
— loop van gebeurtenissen = reeks gebeurtenissen; loop der gebeurtenissentrain wreck
— treinwrak = mislukking; catastrofe; totale mislukkingtrain of cars
— stoet van auto's = stoet auto's; colonne auto'skleding, sleep van jurk
train of a dress
— sleep van een jurk = sleep van een jurkwedding train
— bruidssleep = sleep van de bruidsjurk; bruidssleep