Vertaling van trick van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

trick

': truc, bedriegen, slag, kunstje, hebbelijkheid
Transcriptie: [trɪk]

Woordenboekartikel

noun

  1. truc m (gimmick)
  2. trucje n
  3. grap f (joke)
  4. slag
  5. kunstje
  6. hebbelijkheid
  7. kunstgreep

verb

  1. bedriegen (fool)
  2. misleiden (fool)
  3. verleiden (deceive)
  4. bedotten

Voorbeelden

bedrog, oplichting


play a trick on someone

— iemand voor de gek houden; iemand bedriegen; iemand een poets bakken

trick someone into doing something

— iemand ertoe verleiden iets te doen; iemand door bedrog iets laten doen

fall for a trick

— voor een truc trappen; voor een list vallen

dirty trick

— gemene streek; oneerlijke zet

grap of poets


party trick

— feesttruc; kunstje om gasten te verrassen

pull a trick

— een grap uithalen; een poets bakken

practical trick

— practical joke; grap

goocheltruc of illusie


magic trick

— goocheltruc; kunstje; illusie

card trick

— kaarttruc; kunstje met kaarten

stage trick

— podiumtruc; theatertruc

trick of the eye

— gezichtsbedrog; optische illusie

streek, methode of list


trick of the trade

— vakmanstip; beroepsgeheim; kneep van het vak

neat trick

— handig trucje; slimme zet

old trick

— oude truc; bekende list

trick up one's sleeve

— een troef achter de hand hebben; een geheime truc hebben

kaartspel, ronde


take a trick

— een slag winnen; een trek nemen

lose a trick

— een slag verliezen; een trek verliezen

first trick

— eerste slag

vraag of test


trick question

— tricky vraag; strikvraag

trick answer

— misleidend antwoord; antwoord dat op het verkeerde been zet