Vertaling van trim van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

trim

': trimmen, bijknippen, uitrusting, versieren, keurig
Transcriptie: [trɪm]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. trim m
  2. inkorten (truncate)
  3. snoeien n
  4. afsnijden n (cut off)
  5. uitsnede f
  6. uitrusting
  7. toestand
  8. gesteldheid
  9. aard
  10. costuum

verb

  1. trimmen
  2. bijsnijden
  3. knip
  4. knippen
  5. snijden
  6. korten (reduce)
  7. snij
  8. verkorten (reduce)
  9. bijknippen
  10. versieren

adjective

  1. keurig
  2. netjes
  3. net
  4. proper