Vertaling van trust van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

trust

': vertrouwen, trust, stichting, hoop, geloven
Transcriptie: [trʌst]

Woordenboekartikel

noun

  1. vertrouwen n (confidence)
  2. vertrouwensrelatie f
  3. trouw m (faith)
  4. trust
  5. stichting
  6. hoop
  7. krediet

verb

  1. toevertrouwen (rely)
  2. hopen (hope)
  3. geloven (faith)
  4. vertrouwd
  5. betrouwbaar
  6. geloof (confidence)
  7. rekenen (rely)
  8. krediet geven
  9. borgen

Voorbeelden

vertrouwen en geloof in iemand of diens kunnen


trust someone

— iemand vertrouwen

trust in someone

— vertrouwen hebben in iemand

place trust in someone

— vertrouwen stellen in iemand

have trust in someone

— vertrouwen hebben in iemand

gain someone’s trust

— iemands vertrouwen winnen

betrouwbaarheid, steun of afhankelijkheid


rely on someone

— op iemand rekenen

depend on someone

— van iemand afhangen

put one's trust in someone

— zijn vertrouwen in iemand stellen

trust someone to do something

— iemand vertrouwen om iets te doen

kwaliteit, eigenschap van een persoon


trustworthy person

— betrouwbaar persoon

trusted colleague

— vertrouwde collega

untrustworthy person

— onbetrouwbaar persoon

juridisch of financieel vertrouwen


trust fund

— trustfonds

family trust

— familietrust

fiduciary trust

— fiduciair trust

trust agreement

— trustovereenkomst

beneficiary of a trust

— begunstigde van een trust

schending van vertrouwen of problemen met vertrouwen


breach of trust

— vertrouwensbreuk

abuse of trust

— misbruik van vertrouwen

break someone's trust

— iemands vertrouwen beschaamd maken

trust issues

— vertrouwensproblemen

erosion of trust

— uitholling van vertrouwen

idiomen en vaste uitdrukkingen


blind trust

— blind vertrouwen

trust fall

— vertrouwensoefening

Trust me

— Geloof me