Vertaling van trust van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
trust
Transcriptie: [trʌst]
Woordenboekartikel
noun
- vertrouwen n (confidence)
- vertrouwensrelatie f
- trouw m (faith)
- trust
- stichting
- hoop
- krediet
verb
- toevertrouwen (rely)
- hopen (hope)
- geloven (faith)
- vertrouwd
- betrouwbaar
- geloof (confidence)
- rekenen (rely)
- krediet geven
- borgen
Voorbeelden
vertrouwen en geloof in iemand of diens kunnen
trust someone
— iemand vertrouwentrust in someone
— vertrouwen hebben in iemandplace trust in someone
— vertrouwen stellen in iemandhave trust in someone
— vertrouwen hebben in iemandgain someone’s trust
— iemands vertrouwen winnenbetrouwbaarheid, steun of afhankelijkheid
rely on someone
— op iemand rekenendepend on someone
— van iemand afhangenput one's trust in someone
— zijn vertrouwen in iemand stellentrust someone to do something
— iemand vertrouwen om iets te doenkwaliteit, eigenschap van een persoon
trustworthy person
— betrouwbaar persoontrusted colleague
— vertrouwde collegauntrustworthy person
— onbetrouwbaar persoonjuridisch of financieel vertrouwen
trust fund
— trustfondsfamily trust
— familietrustfiduciary trust
— fiduciair trusttrust agreement
— trustovereenkomstbeneficiary of a trust
— begunstigde van een trustschending van vertrouwen of problemen met vertrouwen
breach of trust
— vertrouwensbreukabuse of trust
— misbruik van vertrouwenbreak someone's trust
— iemands vertrouwen beschaamd makentrust issues
— vertrouwensproblemenerosion of trust
— uitholling van vertrouwenidiomen en vaste uitdrukkingen
blind trust
— blind vertrouwentrust fall
— vertrouwensoefeningTrust me
— Geloof me