Vertaling van trusting van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

trusting

': vertrouwen, geloven, hopen, toevertrouwen, krediet geven
Transcriptie: [ˈtrʌstɪŋ]

Woordenboekartikel

adjective

  1. vertrouwen n (trusted, trustful)
  2. vertrouwensrelatie f
  3. vertrouwd (trusted)

noun

  1. vertrouwend (trustful)

verb

  1. geloven
  2. hopen
  3. toevertrouwen
  4. krediet geven
  5. borgen

Voorbeelden

over een persoon


a trusting child

— een vertrouwend kind

a trusting nature

— een vertrouwende aard

a trusting soul

— een goeiige ziel

trusting eyes

— vertrouwende ogen

te goed van vertrouwen


too trusting

— te goedgelovig

overly trusting

— overdreven goedgelovig

naively trusting

— naïef goedgelovig

a trusting victim

— een goedgelovig slachtoffer

vertrouwensvolle houding


trusting smile

— een vertrouwelijke glimlach

trusting look

— een vertrouwelijke blik

trusting tone

— een vertrouwelijke toon

trusting manner

— een vertrouwelijke manier

vertrouwen in mensen


trusting of strangers

— goedgelovig tegenover vreemden

trusting of others

— goedgelovig tegenover anderen

trusting toward people

— goedgelovig naar mensen toe

trusting in others

— vertrouwen hebben in anderen