Vertaling van tutor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

tutor

': leermeester, gouverneur, repetitor, onderwijzen, opvoeden
Transcriptie: [ˈtjuːtə]

Woordenboekartikel

noun

  1. leermeester m (teacher)
  2. tutor m
  3. docent m (teacher)
  4. leraar m (teacher)
  5. lerares f
  6. begeleider m (coach)
  7. mentor m
  8. les f (teach)
  9. trainer m (educator)
  10. lesgever m

verb

  1. onderwijzen (teach)
  2. leerkracht f (teacher)
  3. opvoeden

Voorbeelden

rol of functie


tutor

— repetitor; leermeester; tutor

private tutor

— privéleraar

home tutor

— huisleraar

online tutor

— online bijlesgever; internetrepetitor

volunteer tutor

— vrijwillige tutor

school tutor

— schoolbegeleider; klassenmentor

academic tutor

— academisch begeleider; wetenschappelijk begeleider

soorten of vormen van bijles


one-to-one tutoring

— een-op-eenbegeleiding; individuele begeleiding

group tutoring

— groepsbegeleiding

tutor-led workshop

— door tutor geleide workshop

drop-in tutor session

— inloopspreekuur; open inloopspreekuur met tutor

intensive tutoring course

— intensieve bijlescursus

handelingen of processen


to tutor someone

— iemand lesgeven; iemand bijles geven

to be tutored

— bijles krijgen

tutor a class

— lesgeven aan een klas

arrange a tutor

— een tutor regelen

book a tutor

— een tutor boeken; een afspraak met een tutor maken

plaatsen of programma's


tutoring center

— bijlescentrum; leercentrum

tutoring program

— bijlesprogramma; programma voor extra ondersteuning

peer tutoring program

— peer-tutoringprogramma; programma voor wederzijds leren

university tutor office

— spreekuur van de studiebegeleider; kantoor van de tutor

summer tutoring camp

— zomerkamp met bijles; zomercursus ter voorbereiding

kwaliteiten of kenmerken


qualified tutor

— gekwalificeerde tutor; gecertificeerde begeleider

experienced tutor

— ervaren tutor

specialist tutor

— gespecialiseerde tutor; vakdocent

patient tutor

— geduldige tutor

native-speaking tutor

— moedertaalsprekende tutor; tutor die de taal als moedertaal heeft

relaties of rollen van deelnemers


peer tutor

— student-mentor; medestudent die helpt bij het studeren

parent tutor

— ouder die onderwijs geeft; ouder-tutor

mentor and tutor

— mentor en tutor; mentor en docent

train-the-tutors workshop

— train-de-trainerworkshop voor tutoren; workshop voor de opleiding van tutoren

hulpmiddelen of diensten


tutoring platform

— bijlesplatform; online platform voor bijles

tutor profile

— profiel van de tutor

tutor rating

— beoordeling van de tutor; waardering van de tutor

tutor booking system

— reserveringssysteem voor tutoren; systeem voor het boeken van bijlessen

tutor feedback

— feedback over de tutor; evaluatie van de bijles