Vertaling van uncouple van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

uncouple

': ontkoppelen, afkoppelen, loskoppelen, afhaken
Transcriptie: [ʌnˈkʌp(ə)l]

Woordenboekartikel

noun

  1. ontkoppelen

verb

  1. afkoppelen
  2. loskoppelen
  3. afhaken

Voorbeelden

mechanismen ontkoppelen


uncouple the train cars

— de treinwagons ontkoppelen

uncouple the engine

— de motor loskoppelen

uncouple the trailer

— de aanhanger afkoppelen

uncouple the hoses

— de slangen loskoppelen

delen van een systeem scheiden


uncouple two systems

— twee systemen ontkoppelen

uncouple the circuits

— de circuits loskoppelen

uncouple the components

— de componenten ontkoppelen

uncouple the processes

— de processen scheiden

van de koppel loslaten


uncouple the hounds

— de honden van de koppel losmaken

uncouple the dogs

— de honden van de koppel losmaken

uncouple the pack

— de roedel loslaten