Vertaling van up van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

up

': omhoog, op, naar boven, overeind, opstaan
Transcriptie: [ʌp]   US     UK 

Woordenboekartikel

adverb

  1. tot (up to)
  2. maximaal
  3. omhoog
  4. op
  5. naar boven
  6. overeind
  7. opwaarts
  8. de hoogte in
  9. in de hoogte

noun

  1. daarboven (up there)

verb

  1. opstaan
  2. opnemen
  3. opspringen

adjective

  1. naar de stad

Voorbeelden

richting of beweging omhoog


 

get up

— opstaan
 

stand up

— opstaan; overeind komen
 

sit up

— rechtop zitten
 

go up

— omhooggaan; stijgen
 

climb up

— beklimmen; omhoogklimmen
 

move up

— omhooggaan; vooruitkomen
 

walk up

— toelopen; naderen
 

fly up

— opvliegen
 

swim up

— omhoogzwemmen

voltooien of afmaken


 

finish up

— afmaken; afronden
 

wrap up

— afronden; samenvatten
 

use up

— opmaken; verbruiken
 

eat up

— opeten; helemaal opeten
 

drink up

— opdrinken; leegdrinken
 

sum up

— samenvatten; de balans opmaken

versnellen of versterken


 

speed up

— versnellen
 

heat up

— verwarmen; opwarmen
 

warm up

— opwarmen; voorbereiden
 

beef up

— versterken; uitbreiden
 

amp up

— opschroeven; verhogen (spreektaal)

starten of opzetten


 

start up

— starten; opstarten
 

set up

— opzetten; installeren
 

boot up

— opstarten (computer)
 

fire up

— starten; aanzwengelen
 

light up

— aansteken; verlichten; oplichten

voorbereiden of opruimen


 

dress up

— zich verkleden; zich mooi aankleden
 

fix up

— repareren; opknappen
 

spruce up

— opfrissen; verfraaien
 

tidy up

— opruimen
 

clean up

— opruimen; schoonmaken

verschijnen, aankomen of ontstaan


 

turn up

— opduiken; zich voordoen
 

show up

— opdagen; verschijnen
 

come up

— naar boven komen; ter sprake komen
 

pop up

— plotseling verschijnen; opduiken
 

catch up

— inhalen; bijpraten

opgeven, stoppen of laten liggen


 

give up

— opgeven; afzien van
 

pass up

— laten liggen; afslaan
 

hand up

— aanreiken; doorgeven; (soms) de hand opsteken

fouten, verwarring of verknoeien


 

mess up

— verknoeien; door elkaar halen
 

screw up

— verprutsen; verzieken
 

mix up

— door elkaar halen; verwarren
 

blow up

— oplaten; exploderen; woedend worden

emoties, stemming of reactie


 

cheer up

— opvrolijken; moed inspreken
 

lighten up

— relaxen; het luchtig opvatten
 

hype up

— oppeppen; een hype creëren (spreektaal)
 

freak out

— in paniek raken; doorslaan

steun en back-up


 

back up

— steunen; back-uppen
 

stand up

— opkomen voor; verdedigen