Vertaling van use van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

use

': gebruik, gebruiken, toepassing, gebruik maken van, benutten
Transcriptie: [ˈjuːs]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. gebruik n (usage, exploit)
  2. toepassing f (usage)
  3. benutten (exploit)
  4. benutting f
  5. gebruikt (usage)
  6. gebruikmaken (exploit)
  7. gebruikmakend (making use)
  8. toegepast (apply)
  9. gewend
  10. benut (exploit)

verb

  1. gebruiken (usage)
  2. aanwenden (utilize)
  3. maken (utilize)
  4. hanteren (apply)
  5. verbruiken (consumption)
  6. toepassen (implement)
  7. gebruik maken van
  8. behandelen