Vertaling van used van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

used

': gebruikt, afgewerkt
Transcriptie: [juːzd]   US     UK 

Woordenboekartikel

adjective

  1. gebruikt (applied)
  2. gebruiken
  3. toegepast (applied)
  4. gebruik n
  5. gewend
  6. bedoeld (suitable)
  7. benut
  8. inzetbaar (applicable)
  9. benutten
  10. toepasbaar (applied)

participle

  1. wennen
  2. behulp

Voorbeelden

Gewoonte of vroegere handeling


 

used to smoke

— vroeger roken
 

used to live in a small town

— vroeger in een klein stadje wonen
 

used to be

— vroeger zijn

Gewend zijn, toestand


 

be used to the noise

— aan het lawaai gewend zijn
 

be used to working nights

— gewend zijn aan nachtdiensten
 

not be used to it

— er niet aan gewend zijn

Wennen, proces van gewoon worden


 

get used to the cold

— aan de kou wennen
 

slowly get used to new routine

— langzaam aan de nieuwe routine wennen

Tweedehands, gebruikt


 

used car

— tweedehands auto
 

used book

— tweedehands boek
 

used clothes

— tweedehands kleding

Gebruikt, toegepast als


 

used as a tool

— gebruikt als hulpmiddel
 

used for cleaning

— gebruikt voor het schoonmaken
 

used in construction

— gebruikt in de bouw

Vaste combinaties met used


 

used up

— opgebruikt
 

be used up

— op zijn
 

used to one's advantage

— in iemands voordeel gebruikt