Vertaling van vaccinate van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

vaccinate

': vaccineren, inenten
Transcriptie: [ˈvæksɪneɪt]

Woordenboekartikel

verb

  1. vaccineren (immunize)
  2. inenten
  3. enten (inoculate)
  4. vaccinatie f

Voorbeelden

medische handeling of procedure


vaccinate patients

— patiënten vaccineren

vaccinate children

— kinderen vaccineren

vaccinate newborns

— pasgeborenen vaccineren

vaccinate animals

— dieren vaccineren

vaccinate with a live vaccine

— met een levend vaccin vaccineren

vaccinate with an inactivated vaccine

— met een geïnactiveerd vaccin vaccineren

doel of bescherming


vaccinate against influenza

— tegen griep vaccineren

vaccinate to prevent disease

— vaccineren om ziekte te voorkomen

vaccinate for travel

— vaccineren voor een reis

vaccinate to reduce transmission

— vaccineren om overdracht te verminderen

groep of doelgroep van vaccinatie


vaccinate the population

— de bevolking vaccineren

vaccinate high-risk groups

— risicogroepen vaccineren

vaccinate healthcare workers

— zorgmedewerkers vaccineren

vaccinate schoolchildren

— schoolkinderen vaccineren

tijds- en statusuitdrukkingen


fully vaccinate

— volledig vaccineren

partially vaccinate

— gedeeltelijk vaccineren

get vaccinated

— zich laten vaccineren

be vaccinated

— gevaccineerd zijn

vaccinate with a booster

— met een boosterprik vaccineren

methode of plaats van vaccinatie


vaccinate at a clinic

— in een kliniek vaccineren

vaccinate by injection

— per injectie vaccineren

vaccinate orally

— oraal vaccineren

vaccinate at a mass campaign

— tijdens een massale campagne vaccineren

beleid, verplichting of toestemming


vaccinate under mandate

— vaccineren op grond van een verplichting

voluntarily vaccinate

— zich vrijwillig laten vaccineren

require people to vaccinate

— mensen verplichten zich te laten vaccineren

encourage people to vaccinate

— mensen aanmoedigen zich te laten vaccineren