Vertaling van vicar van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
vicar
Transcriptie: [ˈvɪkə]
Woordenboekartikel
noun
- vicaris m
- pastoor m (parish priest)
- predikant m (clergyman)
- plaatsvervanger m
- dominee
- predicant
Voorbeelden
kerkelijke functie, persoon
vicar
— domineeparish vicar
— parochievicaristeam vicar
— teamvicarisassistant vicar
— hulppredikantrural vicar
— plattelandspredikantvicar of St. Mary's
— vicaris van de Sint-Mariakerkkerkelijke administratie, titels of taken
vicar general
— vicaris-generaalapostolic vicar
— apostolisch vicarisvicar forane
— dekenacting vicar
— waarnemend vicarishonorary vicar
— erevicarisfamilie, woning of zaken betreffende een vicaris
vicar's wife
— vrouw van de vicarisvicar's daughter
— dochter van de vicarisvicar's house
— huis van de vicarisvicar's study
— werkkamer van de vicarisvicar's sermon
— preek van de vicarisidiomen, titels in cultuur of geschiedenis
Vicar of Dibley
— de dominee van Dibleyvicar of Christ
— plaatsvervanger van Christusvicar of Bray
— baanbrekervicar apostolic
— apostolisch vicarisgebruik in beschrijvingen en karakteriseringen
a kindly vicar
— een vriendelijke domineethe local vicar
— de plaatselijke domineeyoung vicar
— jonge domineeformer vicar
— voormalige dominee