Vertaling van visit van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

visit

': bezoek, bezoeken, opzoeken, visitatie, visiteren
Transcriptie: [ˈvɪzɪt]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. bezoek n (attend)
  2. bezoeken (attend)
  3. bezocht (visiting)
  4. gaat (come)
  5. terecht (enter)
  6. ga (enter)
  7. opzoeken
  8. visiteren
  9. afgaan

noun

  1. bezoekje n (tour)
  2. visite f (visitation)
  3. uitstapje n (tour)
  4. bijwonen (attend)
  5. visitatie
  6. overkomst