Vertaling van visit van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

visit

': bezoek, bezoeken, opzoeken, visitatie, visiteren
Transcriptie: [ˈvɪzɪt]

Woordenboekartikel

verb

  1. bezoek n (attend)
  2. bezoeken (attend)
  3. bezocht (visiting)
  4. gaat (come)
  5. terecht (enter)
  6. ga (enter)
  7. opzoeken
  8. visiteren
  9. afgaan

noun

  1. bezoekje n (tour)
  2. visite f (visitation)
  3. uitstapje n (tour)
  4. bijwonen (attend)
  5. visitatie
  6. overkomst

Voorbeelden

bezoek en visite


a visit to the doctor

— een bezoek aan de dokter

pay a visit

— een bezoek brengen

make a visit

— een bezoek afleggen

a brief visit

— een kort bezoek

opzoeken en bezoeken


visit friends

— vrienden opzoeken

visit relatives

— familie opzoeken

visit often

— vaak op bezoek gaan

visit regularly

— regelmatig bezoeken

reis en verblijf


visit a city

— een stad bezoeken

visit another country

— naar het buitenland gaan

a visit abroad

— een reis naar het buitenland

during a visit

— tijdens een reis

inspectie en controle


visit the site

— de locatie bezoeken

visit the premises

— het pand inspecteren

visit the patient

— de patiënt bezoeken

a visit by inspectors

— een inspectie door controleurs

vriendschappelijk gesprek


have a visit

— een gesprek hebben

a social visit

— een vriendschappelijk bezoek

visit over tea

— bijpraten onder het genot van een kopje thee

a visit with friends

— een ontmoeting met vrienden