Vertaling van visit van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
visit
Transcriptie: [ˈvɪzɪt]
Woordenboekartikel
verb
- bezoek n (attend)
- bezoeken (attend)
- bezocht (visiting)
- gaat (come)
- terecht (enter)
- ga (enter)
- opzoeken
- visiteren
- afgaan
noun
- bezoekje n (tour)
- visite f (visitation)
- uitstapje n (tour)
- bijwonen (attend)
- visitatie
- overkomst
Voorbeelden
bezoek en visite
a visit to the doctor
— een bezoek aan de dokterpay a visit
— een bezoek brengenmake a visit
— een bezoek afleggena brief visit
— een kort bezoekopzoeken en bezoeken
visit friends
— vrienden opzoekenvisit relatives
— familie opzoekenvisit often
— vaak op bezoek gaanvisit regularly
— regelmatig bezoekenreis en verblijf
visit a city
— een stad bezoekenvisit another country
— naar het buitenland gaana visit abroad
— een reis naar het buitenlandduring a visit
— tijdens een reisinspectie en controle
visit the site
— de locatie bezoekenvisit the premises
— het pand inspecterenvisit the patient
— de patiënt bezoekena visit by inspectors
— een inspectie door controleursvriendschappelijk gesprek
have a visit
— een gesprek hebbena social visit
— een vriendschappelijk bezoekvisit over tea
— bijpraten onder het genot van een kopje theea visit with friends
— een ontmoeting met vrienden