Vertaling van wait van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

wait

': wachten, wachttijd, afwachten, wachten op, wachten met
Transcriptie: [weɪt]

Woordenboekartikel

verb

  1. wachten (waiting, await)
  2. afwachten
  3. verwachten
  4. gewacht (waiting)
  5. wachten op
  6. wachten met
  7. bedienen
  8. staan te wachten
  9. serveren
  10. tafeldienen

noun

  1. wachttijd m (waiting)
  2. het wachten
  3. pauze
  4. oponthoud
  5. rust

Voorbeelden

zinsdelen met werkwoorden of voorzetsels


 

wait for

— wachten op
 

wait up

— opblijven; wakker blijven
 

wait on

— bedienen; opdienen
 

wait out

— uitzitten; afwachten
 

wait in

— thuisblijven om te wachten
 

wait around

— rondhangen; wachten zonder doel

idiomen of vaste uitdrukkingen


 

wait and see

— afwachten maar
 

worth the wait

— de moeite van het wachten waard
 

wait your turn

— wacht op je beurt
 

don't wait up

— blijf niet voor me op
 

wait on someone hand and foot

— iemand op zijn wenken bedienen

zelfstandig naamwoord of wachtplaats


 

a long wait

— een lange wachttijd
 

a short wait

— een korte wachttijd
 

waiting room

— wachtkamer
 

waiting list

— wachtlijst

typische combinaties met een object


 

wait for a bus

— wachten op een bus
 

wait for an answer

— wachten op een antwoord
 

wait for instructions

— wachten op instructies
 

wait for the results

— wachten op de resultaten
 

wait for someone

— op iemand wachten

werk of bediening


 

wait tables

— serven; bedienen aan tafel
 

wait upon

— bedienen; verzorgen