Vertaling van wash van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

wash

': wassen, was, afwassen, spoelen, wassing
Transcriptie: [wɒʃ]

Woordenboekartikel

verb

  1. wassen (rinse)
  2. spoelen (rinse)
  3. afwassen (wash away)
  4. afspoelen (rinse)
  5. gewassen n (clean)
  6. spoel f (rinse)
  7. uitwassen
  8. uitspoelen
  9. dweilen
  10. de was doen

noun

  1. wasbeurt f (washing)
  2. reinigen n (clean)
  3. reiniging f (clean)
  4. was
  5. wassing
  6. spoeling
  7. golfslag
  8. spoelwater
  9. deining
  10. kielwater

Voorbeelden

fysiek wassen, reinigen


 

wash the dishes

— de afwas doen
 

wash your hands

— je handen wassen
 

wash my hair

— mijn haar wassen
 

wash the car

— de auto wassen
 

wash the floor

— de vloer dweilen
 

wash clothes

— kleren wassen

phrasal verbs, afspoelen of verwijderen


 

wash off

— afspoelen
 

wash away

— wegspoelen
 

wash out

— uitspoelen
 

wash up

— de afwas doen; aanspoelen
 

wash over

— overspoelen (gevoel); inhalen
 

wash down

— wegspoelen; wegdrinken

idiomen, overdrachtelijke betekenissen


 

wash your hands of

— je handen in onschuld wassen
 

wash over someone

— iemand overspoelen (emoties)
 

wash someone out

— iemand afvallen; laten zakken (bij selectie)

plaatsen, opschriften, termen voor wassen en schoonmaken


 

car wash

— wasstraat
 

hand wash only

— alleen handwas
 

wash basin

— wastafel
 

washroom

— washok; toilet
 

wash cycle

— wasprogramma
 

wash load

— waslading